Engels–Nederlands woordenboek

Nederlandse vertaling van het Engelse woord put

Engels → Nederlands

EngelsNederlands (indirect vertaald)Esperanto
info put
werkwoord
(lay down; place; put down; set)
info doen
werkwoord
;
info leggen
onbekende woordsoort
;
info plaatsen
werkwoord
;
info steken
werkwoord
;
info stellen
werkwoord
;
info stoppen
werkwoord
;
info zetten
werkwoord
info meti
werkwoord
info put
werkwoord
(express; register)
info uitdrukken
werkwoord
;
info verwoorden
werkwoord
info esprimi
werkwoord
info put
werkwoord
(articulate; state; utter; voice; voice)
info uitdrukken
werkwoord
;
info verwoorden
werkwoord
info eldiri
werkwoord
info put across
werkwoord
(communicate; get across; impart; report)
info berichten
werkwoord
;
info mededelen
werkwoord
;
info meedelen
werkwoord
;
info voortzeggen
werkwoord
info komuniki
werkwoord
info put away
werkwoord
(waive; lay away)
info opbergen
werkwoord
;
info wegleggen
werkwoord
;
info wegzetten
werkwoord
info formeti
werkwoord
info put away
werkwoord
(dock)
info op een zijspoor zetten
werkwoord
;
info stallen
werkwoord
info garaĝi
werkwoord
info put away
werkwoord
(enclose; insert; introduce; put in; stow; embed)
info inleggen
werkwoord
;
info inzetten
werkwoord
info enmeti
werkwoord
info put away
werkwoord
(confine; enclose; stow)
info opbergen
werkwoord
;
info opsluiten
werkwoord
info enfermi
werkwoord
info put back
werkwoord
(set back; throw back)
info achteruitzetten
werkwoord
info malantaŭenigi
werkwoord
info put down
werkwoord
(lay down; place; put; set)
info doen
werkwoord
;
info leggen
onbekende woordsoort
;
info plaatsen
werkwoord
;
info steken
werkwoord
;
info stellen
werkwoord
;
info stoppen
werkwoord
;
info zetten
werkwoord
info meti
werkwoord
info put down
werkwoord
(lay; put off; take off)
info afzetten
werkwoord
info demeti
werkwoord
put forward
(advance; highlight; publicize)
attenderen op; attent maken op; naar voren brengenatentigi pri
info put forward
werkwoord
(argue; contend; maintain; put forward arguments)
info argumenteren
werkwoord
;
info betogen
werkwoord
info argumenti
werkwoord
info put in
werkwoord
(enter; input; insert)
info insteken
werkwoord
info enigi
werkwoord
info put in
werkwoord
(enclose; insert; introduce; put away; stow; embed)
info inleggen
werkwoord
;
info inzetten
werkwoord
info enmeti
werkwoord
info put in use
werkwoord
(start working; get to work; hit the deck; settle to work; set to work)
; ; ;
info zich aan het werk begeven
werkwoord
;
info eklabori
werkwoord
put off
(send about his business)
info afschepen
werkwoord
forsendi pretekste
info put off
werkwoord
(send about one’s business)
info afschepen
werkwoord
info forregali
werkwoord
put off
(rebuff; send about his business)
info afpoeieren
werkwoord
forsendi ĝentile
info put off
werkwoord
(lay; put down; take off)
info afleggen
werkwoord
;
info afzetten
werkwoord
;
info uittrekken
werkwoord
info demeti
werkwoord
info put off
werkwoord
(adjourn; defer; delay; postpone; procrastinate; shelve)
info uitstellen
werkwoord
info prokrasti
werkwoord
info put on
werkwoord
(activate; actuate; start; switch on; turn on; start off)
info aanzetten
werkwoord
info aktivigi
werkwoord
info put on
werkwoord
(apply)
info aandoen
werkwoord
;
info aantrekken
werkwoord
;
info opleggen
werkwoord
;
info opzetten
werkwoord
info surmeti
werkwoord
info put on steam
werkwoord
info alle krachten inspannen
werkwoord
info sin streĉi el la haŭto
onbekende woordsoort
info put on weight
werkwoord
(gain)
info aankomen
werkwoord
;
info zwaarder worden
werkwoord
info plipeziĝi
werkwoord
info put on weight
werkwoord
info tonrond worden
werkwoord
info bareliĝi
werkwoord
info put out
werkwoord
(extinguish; quench; stub)
info blussen
onbekende woordsoort
;
info doven
werkwoord
;
info uitblussen
werkwoord
;
info uitdoen
werkwoord
;
info uitdoven
werkwoord
info estingi
werkwoord
info put out
werkwoord
(drug; intoxicate; stun; stupefy)
info bedwelmen
werkwoord
info svenigi
werkwoord
info put to bed
werkwoord
(bed)
info naar bed brengen
werkwoord
info enlitigi
werkwoord
info put together
werkwoord
(assemble; build; combine; compose; construct; draught)
info samenstellen
werkwoord
info kunmeti
werkwoord
info put up
werkwoord
(accommodate; entertain; host)
info logeren
werkwoord
info gastigi
werkwoord
info put up
werkwoord
(preserve; process)
info inmaken
werkwoord
;
info wecken
werkwoord
info konfiti
werkwoord
info put up with
werkwoord
(afford; bear; carry away; carry out; endure; stand; suffer)
info verdragen
werkwoord
info elporti
werkwoord
info put up with
werkwoord
(ail; bear; endure; suffer; sustain)
info verdragen
werkwoord
info suferi
werkwoord
info put up with
werkwoord
(abide; brook; condone; endure; stand; stomach; tolerate; bear)
info verdragen
werkwoord
info toleri
werkwoord
info input
zelfstandig naamwoord
(entry; insertion; introduction)
info invoer
zelfstandig naamwoord
info enigo
zelfstandig naamwoord
info input
zelfstandig naamwoord
(contribution)
info bijdrage
zelfstandig naamwoord
info kontribuaĵo
zelfstandig naamwoord
info input
werkwoord
(contribute)
info bijdragen
werkwoord
;
info contribueren
werkwoord
info kontribui
werkwoord
info input
werkwoord
(enter; insert; put in)
info insteken
werkwoord
;
info steken
werkwoord
;
info invoeren
werkwoord
;
info ingeven
werkwoord
info enigi
werkwoord
EngelsNederlands
putbergen; brengen; doen; geven; inspannen; in stemming brengen; leggen; onder woorden brengen; plaatsen; slaan; spannen; steken; stellen; stoppen; uitdrukken; verwoorden; voorstellen; zeggen; zetten
be easily put uponzich gemakkelijk beet laten nemen
be hard put toveel moeite hebben om te
be hard put to it toeen harde dobber hebben om
be much put uponhet hard te verduren hebben
be put about toalle moeite hebben om
be put outblijven steken; boos zijn; de kluts kwijtraken; van zijn stuk gebracht zijn
he’s put his shoulder outzijn arm is uit de kom geschoten
I put it to youdat vraag ik u; zeg nu zelf
I won’t put up with thatdaarmee neem ik geen genoegen
I wouldn’t put it past himhet zou me van hem niet verbazen; ik acht hem ertoe in staat; ik zie hem er wel voor aan
not know where to put oneselfmet zijn houding geen raad weten
not put up with somethingzich iets niet laten aanleunen
one has to put up with itmen moet zich erbij neerleggen
put aboutlaten rondgaan; omleggen; rondstrooien; wenden
put a bullet through somebody’s headiemand door het hoofd schieten
put a check onbeteugelen; in toom houden; tegenhouden
put acrossduidelijk uitleggen; goed overbrengen; overzetten
put asideafzonderen; opzij zetten; van de hand wijzen
put awayopbergen; opsluiten; opzij leggen; van zich af zetten; verorberen; wegleggen; wegzetten
put backachteruit strijken; achteruitzetten; later stellen; terugkeren; terugstoppen; terugzetten; weer op zijn plaats leggen; weer op zijn plaats zetten
put behind oneachter zich laten; te boven komen; ter zijde leggen
put byopsparen; opzij leggen; ter zijde leggen; óverleggen
put downafmaken; afzetten; bedwingen; deponeren; een spuitje geven; een toontje lager doen zingen; fnuiken; laten inslapen; neerleggen; neerslaan; neerzetten; noteren; onderdrúkken; opschrijven; optekenen; smoren; tot zwijgen brengen
put down a rebellioneen opstand bedwingen
put down moneygeld neerleggen
put down toop rekening stellen van
put forthaanwenden; inspannen; krijgen; opperen; uitsteken; uitvaardigen; verkondigen
put forth leavesin het blad schieten
put forwardaanvoeren; in het midden brengen; opperen; te berde brengen; ter tafel brengen; verkondigen; vervroegen; voordragen; vooruitzetten
put inaanleggen; aanspannen; aanstellen; binnenlopen; in dienst nemen; inlassen; inleggen; insteken; invlechten; invoegen; inzetten; plaatsen; planten; steken in; verzetten; werken; zetten in
put in a claimeen eis indienen; een reclame indienen; reclameren
put in a demandeen eis indienen
put in a good word foreen goed woordje doen voor
put in an appearanceacte de présence geven; komen opdraven; zich vertonen
put in ataandoen; even aangaan bij; stoppen bij
put in a wordeen woordje meespreken; ook een duit in het zakje doen
put in a word foreen goed woordje doen voor
put in forsolliciteren naar; zich opgeven voor
put intobinnenlopen
put into shapefatsoeneren
put into wordsonder woorden brengen; verwoorden
put in writingop schrift stellen
put it acrosshet klaarspelen
put it across on somebodyiemand beduvelen; iemand bij de neus nemen
put it into ...het in het ... vertalen; het in het ... zeggen
put it onoverdríjven; overvragen
put money oninzetten op; wedden op
put offafbrengen; afkerig maken; afleggen; afpoeieren; afschepen; afschrijven; afzeggen; afzetten; doen walgen; onthutsen; op de lange baan schuiven; opschuiven; uitstellen; uittrekken; van wal steken
put off asverkopen als
put off forverkopen als
put off with fair wordsmet mooie praatjes afschepen
put off with talkmet mooie praatjes afschepen
put on ...... inzetten
put onaan het werk zetten; aandoen; aanhaken; aannemen; aantrekken; aanzetten; extra laten lopen; geven; geven aan; in de vaart brengen; inleggen; laten spelen; omdoen; ontdubbelen; op touw zetten; opleggen; opslaan; opvoeren; opzetten; organiseren; stellen op; voor de gek houden; voorschrijven; zetten; ómhangen
put one over on somebodyiemand beduvelen; iemand bij de neus nemen
put one’s back into itde schouders eronder zetten; pootaan spelen
put oneselfzich stellen
put oneself out tozich uitsloven om te
put on speedvaart zetten
put on steamalle krachten bijzetten; alle krachten inspannen; er vaart achter zetten; stoom maken
put on todoorverbinden met; in contact brengen met; inlichtingen geven over; verbinden met
put on weightaankomen; bijkomen; zwaarder worden
put outblussen; boos; de loef afsteken; doven; er uitzetten; hinderen; in de lorum; in de war brengen; ontstemd; ontstemmen; ontwrichten; publiceren; uitbesteden; uitblussen; uitbowlen; uitdoen; uitdoven; uitgeven; uitleggen; uitplanten; uitsteken; uitstrooien; uitzenden; uitzetten; van zijn stuk brengen; van zijn stuk gebracht
put out budsknoppen krijgen
put out of miseryuit zijn lijden verlossen
put out somebody’s plansiemands plannen verijdelen
put out to boardin de kost doen; uitbesteden
put out to contractaanbesteden
put out to seain zee steken; uitvaren
put overduidelijk uitleggen; goed overbrengen; ingang doen vinden; populair maken
put roundomdoen
put somebody down asiemand houden voor
put somebody in his placeiemand aftroeven; iemand op zijn nummer zetten; iemand op zijn plaats zetten
put somebody offiemand afpoeieren; iemand afschepen; iemand afschrijven; iemand afzeggen
put somebody out of his miseryiemand uit zijn lijden verlossen
put somebody to itiemand ervoor zetten
put somebody upiemand kandidaat stellen
put somebody up toiemand informeren over; iemand op de hoogte brengen van
put somebody up to doingiemand aanzetten tot
put something down toiets toeschrijven aan
put something over the fireiets boven het vuur hangen
put this and that togetherhet ene met het andere in verband brengen
put throughdoorverbinden; doorvoeren; erdoor krijgen; laten doorwerken; onderwerpen aan; uitvoeren
put to bedin bed leggen; naar bed brengen
put to expenseop kosten jagen
put togetheraaneenvoegen; bijeenpakken; in elkaar knutselen; in elkaar zetten; samendoen; samenstellen; samenvoegen; verzamelen
put to inconveniencelast veroorzaken; ongerief veroorzaken; ontrieven
put to schoolop school doen
put to troublelast veroorzaken
put upaanbrengen; aanslaan; aanzetten; bouwen; huisvesten; huisvesting verlenen; in veiling brengen; indienen; inmaken; inpakken; kandidaat stellen; logeren; onder dak brengen; ophalen; ophangen; opjagen; opslaan; opsteken; opstellen; optrekken; opzenden; plaatsen; stallen; te koop aanbieden; verhogen; verpakken; verschaffen; voorhangen; vooruit afspreken; wecken; zich kandidaat stellen; zijn intrek nemen
put up a desperate defencezich wanhopig verdedigen
put up a house for saleeen huis aanslaan
put up atzijn intrek nemen in
put up for saleaanslaan; in veiling brengen; te koop aanbieden; te koop aanbrengen
put up one’s feetnaar kooi gaan; wat uitrusten
put up withberusten in; genoegen nemen met; genogen nemen met; verdragen; zich getroosten; zich laten gevallen; zich laten welgevallen
put up with somethingiets voor lief nemen
stay putop zijn plaats blijven
that puts it beyond all doubtdat heft alle twijfel op
they’ll be hard put tohet zal moeilijk voor ze worden om
inputinput; inspraak; invoer
put‐iningezet
puttmet een putter slaan; slag met een putter
Woordenlijst
<< >