Nederlands–Engels woordenboek

Engelse vertaling van het Nederlandse woord aanslaan

Nederlands → Engels

NederlandsEngels (indirect vertaald)Esperanto
info aanslaan
werkwoord
info bark
werkwoord
;
info give tongue
werkwoord
info ekboji
werkwoord
info aanslaan
werkwoord
(wortel schieten)
info root
werkwoord
info enradikiĝi
werkwoord
info aanslaan
werkwoord
(belasten)
info tax
werkwoord
info imposti
werkwoord
info aanslaan
werkwoord
(beslaan)
info dim
werkwoord
;
info get blurred
werkwoord
info kondenskovriĝi
werkwoord
info aanslaan
werkwoord
(opspringen)
info bank
werkwoord
;
info bounce
werkwoord
;
info rebound
werkwoord
;
info recoil
werkwoord
;
info ricochet
werkwoord
info resalti
werkwoord
info aanslaan
werkwoord
(salueren)
salute
info saluti militiste
onbekende woordsoort
info aanslaan
werkwoord
(aanroeren)
info brush
onbekende woordsoort
;
info skim
werkwoord
;
info touch upon
werkwoord
info ektuŝi
werkwoord
info aanslaan
werkwoord
(starten)
info start
werkwoord
info starti
werkwoord
info aanslaan
werkwoord
(begroten; inschatten; schatten; taxeren; waarderen; ramen)
info assess
werkwoord
;
info estimate
werkwoord
;
info rate
werkwoord
info taksi
werkwoord
info aangeslagen
bijvoeglijk naamwoord
(aangedaan)
info affected
bijvoeglijk naamwoord
info afekciita
bijvoeglijk naamwoord
info aanslag
zelfstandig naamwoord
info touch
zelfstandig naamwoord
info ektuŝmaniero
zelfstandig naamwoord
info aanslag
zelfstandig naamwoord
info touch
zelfstandig naamwoord
info fingrofrapo
zelfstandig naamwoord
info aanslag
zelfstandig naamwoord
(belastingaanslag)
info assessment
zelfstandig naamwoord
info impostkvoto
zelfstandig naamwoord
info aanslag
zelfstandig naamwoord
info moisture
zelfstandig naamwoord
info kondensaĵo
zelfstandig naamwoord
info aanslag
zelfstandig naamwoord
info fur
zelfstandig naamwoord
;
info scale
zelfstandig naamwoord
info alkrustiĝo
zelfstandig naamwoord
info aanslag
zelfstandig naamwoord
(aanranding)
info outrage
zelfstandig naamwoord
info atenco
zelfstandig naamwoord
info slaan
werkwoord
(klappen; kloppen; meppen)
info beat
onbekende woordsoort
;
info hit
werkwoord
;
info strike
werkwoord
info bati
werkwoord
info slaan
werkwoord
(klappen; kloppen)
info hit
werkwoord
;
info knock
werkwoord
;
info strike
werkwoord
info frapi
werkwoord
info slaan
werkwoord
(kleppen; overgaan)
info strike
werkwoord
info soni
werkwoord
info slaan
werkwoord
(aanmunten)
info mark
werkwoord
;
info stamp
werkwoord
info stampi
werkwoord
info slaan
zelfstandig naamwoord
(afranselen)
info bashing
zelfstandig naamwoord
;
info beating
zelfstandig naamwoord
;
info buffetting
zelfstandig naamwoord
;
info battery
zelfstandig naamwoord
info batado
zelfstandig naamwoord
info slaan
werkwoord
(halen; inslaan; raken; treffen)
info hit
werkwoord
;
info strike
werkwoord
info trafi
werkwoord
NederlandsEngels
aanslaanassess; bark; bend; catch on; dim; distrain; drive home; estimate; fire; fur; fur up; get blurred; give mouth; give tongue; make the grade; put up; put up for sale; rate; ring up; root; salute; speak; start; start up; strike; take; take on; touch
aanslaan tegenbeat against; dash against; flap against; strike; strike against
aanslaan voorassess at; assess in
een artikel aanslaanring up an article
een huis aanslaanput up a house for sale
te hoog aanslaanassess too high; overestimate
te laag aanslaanassess to low; underestimate
aangeslagenaffected; discouraged; dismayed; punchy
aanslagassessment; attack; attempt; attempt on somebody’s life; click; fur; moisture; outrage; rating; scale; striking; touch
slaanbang; bash; batter; beat; biff; bludgeon; bop; buffet; cane; capture; clap; clobber; coin; cuff; dash; drive; drub; flail; flap; flog; fold; hit; jug; kick; knock; lash; pass; pound; pulsate; pulsation; pulse; punch; put; rap; send; sing; skelp; slam; slap; smash; smite; sock; strap; strike; strike out at; swat; take; thrash; warble; whack; whip
Woordenlijst
<< >