Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word aandoen

Dutch → English

DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
info aandoen
verb
call at
info halti en
unknown part of speech
info aandoen
verb
(aanrichten; berokkenen; veroorzaken; ten gevolge hebben; zorgen voor)
info cause
verb
info kaŭzi
verb
info aandoen
verb
(aanbrengen; aantrekken; opbrengen; opleggen; opzetten)
info put on
verb
;
info don
verb
info surmeti
verb
info aandoen
verb
(aanknippen; aanzetten; inschakelen)
info switch on
verb
info ŝalti
verb
info geweld aandoen
verb
(forceren; verkrachten)
info force
verb
;
info violate
verb
info geweld aandoen
verb
info overpower
verb
;
info prevail over
verb
info aandoening
common noun
(emotie)
info emotion
common noun
info emocio
common noun
info aandoening
common noun
(kwaal)
info ailment
common noun
;
info disease
common noun
;
info illness
common noun
;
info sickness
common noun
info malsano
common noun
info aandoening
common noun
(emotie)
info affection
common noun
info afekcio
common noun
info aandoenlijk
adjective
info seized with emotion
adjective
info kortuŝita
adjective
info movingly
adverb
;
info touchingly
adverb
info kortuŝite
adverb
info aandoenlijk
adjective
info emotional
adjective
info emocia
adjective
info aangedaan
adjective
(aangeslagen)
info affected
adjective
info afekciita
adjective
info aangedaan
adjective
(geroerd; ontroerd)
info seized with emotion
adjective
info kortuŝita
adjective
info doen
verb
(handelen; optreden; te werk gaan; handelen)
info act
verb
info agi
verb
info doen
verb
(aanmaken; begaan; afleggen; maken; stellen; uitvoeren; verrichten; vervaardigen)
info act
verb
;
info do
verb
;
info make
verb
;
info work
verb
info fari
verb
info doen
verb
(laten; maken)
info make
verb
info igi
verb
info doen
verb
(plaatsen; steken; stellen; stoppen; zetten)
info put
verb
info meti
verb
info doen
verb
(indienen; optreden; opvoeren; spelen; voorstellen; brengen)
info constitute
verb
;
info depict
verb
; ;
info offer
verb
;
info perform
verb
;
info play
verb
;
info present
verb
;
info reenact
verb
;
info render
verb
;
info represent
verb
;
info tender
verb
DutchEnglish
aandoenaffect; bring; call at; cause; don; give; move; put in at; put on; switch on; touch; touch at
aangenaam aandoenplease; please the eye
dat kun je hem niet aandoenyou cannot do that to him
geweld aandoendo violence to; force; outrage; strain; stretch; use violence against; use violence to; use violence towards; violate
het doet me vreemd aanit strikes me as odd
iemand een proces aandoenbring an action against somebody; take the law on somebody
onaangenaam aandoendisplease; jar upon; offend
aandoeningaffection; emotion; sensation
aandoenlijkaffecting; impressionable; moving; movingly; pathetic; pathetically; sensitive; touching; touchingly
aangedaanaffected; bruised; moved; overcome; overcome by emotion; touched
doenact; be; be worth; command; conduct; do; doings; fetch; give; make; put; send; sound; take; transact; work
Word list
<< >