Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word aandoening

Dutch → English
English → Dutch

DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
info aandoening
common noun
(emotie)
info emotion
common noun
info emocio
common noun
info aandoening
common noun
(kwaal)
info ailment
common noun
;
info disease
common noun
;
info illness
common noun
;
info sickness
common noun
info malsano
common noun
info aandoening
common noun
(emotie)
info affection
common noun
info afekcio
common noun
info aandoen
verb
call at
info halti en
unknown part of speech
info aandoen
verb
(aanrichten; berokkenen; veroorzaken; ten gevolge hebben; zorgen voor)
info cause
verb
info kaŭzi
verb
info aandoen
verb
(aanbrengen; aantrekken; opbrengen; opleggen; opzetten)
info put on
verb
;
info don
verb
info surmeti
verb
info aandoen
verb
(aanknippen; aanzetten; inschakelen)
info switch on
verb
info ŝalti
verb
DutchEnglish
aandoeningaffection; emotion; sensation
een lichte aandoening vana touch of
aandoenaffect; bring; call at; cause; don; give; move; put in at; put on; switch on; touch; touch at
borstaandoeningaffection of the chest; chest affection
gemoedsaandoeningemotion
hartaandoeningcardiac affection
keelaandoeningthroat affection
longaandoeningpulmonary affection
Word list
<< >