Niederländisch–Deutsches Wörterbuch

Deutsche Übersetzung des niederländischen Wortes vanaf

Niederländisch → Deutsch
  
NiederländischDeutsch (indirekt übersetzt)Esperanto
(van … af)
🔗 Vanaf morgen wordt alles anders, jongen!
(vanaf)
🔗 En nu wachtte die hele mensenmenigte van de vroege morgen af.
(gereed; klaar)
bereit
;
🔗 Maar het portret is nog niet af.
(aan; door; vandaan);
von … her
; ; ;
🔗 Waar zijn de schoenen van de jongens?
(uit; op; vanuit);
aus … heraus
;
aus … hervor
;
🔗 De treden waren van marmer.
van
Familienname
;
Nachname
(aan; met; over; in; naar; voor; op)
betreffend
; ; ; ; ; ; ; ; ; ;
🔗 Ze zijn zwak van verstand.
(door; uit; vanwege; voor; wegens; met; om; aan);
halber
; ; ; ; ; ; ; ; ;
🔗 En zij schreeuwden van vrees.
(in; binnen; per; te; op; aan); ;
pro
; ;
🔗 En het zal nog wel kouder worden van de winter.