Dizionario olandese–italiano

Traduzione italiana della parola olandese doen

olandese → italiano
  
olandeseitaliano (tradotto indirettamente)esperanto
(handelen; optreden; te werk gaan; handelen)
agire
(steken; plaatsen; stoppen; zetten)
mettere
;
ponere
🔗 Die gaf zijn gevangenen nog goed te eten, al deed hij wat veel knoflook in de soep.
(indienen; voorstellen; brengen)
presentare
🔗 Nu zal ik jullie een voorstel doen.
pulire
(inschakelen; aanknippen; aanzetten)
accendere
🔗 Zal ik de lamp aandoen?
(afleggen; afzetten; uitdoen; uittrekken)
togliere
🔗 Ik ging gisteren boodschappen doen en ik durfde mijn capuchon niet af te doen.
(bijvoegen; toevoegen)
aggiungere
(dichtmaken; sluiten; toedoen)
chiudere
🔗 De oude man wilde de deur weer dichtdoen maar Cugel zette zijn voet ertussen.
(imiteren; nabootsen; navolgen)
imitare
🔗 Langzamerhand is hij gaan begrijpen wat ze bedoelden en is hij het gaan nadoen.
(winkelier)
negoziante
(openen; openmaken; openstellen; aanbreken)
aprire
🔗 Ga opendoen!
(verkopen)
(lonen; belonen; vergelden; wedervergelden)
ricompensare
(dichtdoen; dichtmaken; sluiten)
chiudere
toedoen
aiuto
(afzetten; uitschakelen; uitzetten; uitknippen)
spegnere
🔗 Toen deed hij het licht uit.
(afdoen; afleggen; afzetten; uittrekken)
togliere
🔗 Donner zal zijn vest uitdoen.
(blussen; doven; uitblussen; uitdoven; uitmaken)
spegnere
;
spengere
;
estinguere
🔗 Doe die toorts uit voor we stikken!
(toereiken; toereikend zijn; voldoende zijn; volstaan)
bastare
;
sufficere
🔗 Mijn verwachtingen waren al niet bijzonder hoog en zelfs daaraan is niet voldaan.
affigere
(verwijderen; wegruimen; opruimen)
abolire
🔗 Doe dat wapen weg en wij zullen vrienden blijven.