Informazioni sulla parola verkopen (olandese → Esperanto: vendi)

Sinonimi: overdoen, vervreemden, te gelde maken

Parte del discorsoverb
Pronuncia/vərˈkopə(n)/
Sillabazionever·ko·pen

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) verkoop(ik) verkocht
(jij) verkoopt(jij) verkocht
(hij) verkoopt(hij) verkocht
(wij) verkopen(wij) verkochten
(jullie) verkopen(jullie) verkochten
(gij) verkoopt(gij) verkocht
(zij) verkopen(zij) verkochten
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) verkope(dat ik) verkochte
(dat jij) verkope(dat jij) verkochte
(dat hij) verkope(dat hij) verkochte
(dat wij) verkopen(dat wij) verkochten
(dat jullie) verkopen(dat jullie) verkochten
(dat gij) verkopet(dat gij) verkochtet
(dat zij) verkopen(dat zij) verkochten
Modo imperativo
Singolare/PluralePlurale
verkoopverkoopt
Participi
Participio presenteParticipio passato
verkopend, verkopende(hebben) verkocht

Esempi di utilizzo

Trump stelt in zijn bericht dat de importheffingen van kracht blijven totdat Groenland wordt verkocht aan de Verenigde Staten.
Boko Haram heeft gedreigd de meisjes te verkopen.
De winkelier verkocht hem aan een boer, die nu overleden is.
De computer ging door, vrolijk en enthousiast alsof hij een wasmiddel aan het verkopen was.
Hij heeft nog nooit één schilderij verkocht!

Traduzioni

afrikaansverkoop
basso‐tedescoverkoupen
catalanovendre
cecoprodat; prodávat; zaprodat
creolo giamaicanosel
danesesælge
esperantovendi
faroenseselja
finlandesemyydä
francesevendre
frisone di Saterlandferhondelje; ferkoopje; ferklopje; ferschuurje; ferskuurje
frisone occidentaleferkeapje
gaelico scozzesereic
gallesegwerthu
inglesesell
islandeseselja
italianovendere
latinovendere
lussemburgeseverkafen
malesemenjual
norvegeseselge
papiamentobende
polacosprzedawać
portogheseceder; colocar; vender
russoпродавать; продать
scozzesesell
spagnolovender
sranan tongoseri
suaheli‐uza
svedeseavyttra; försälja; sälja
tailandeseขาย
tedescoverkaufen
turcosatmak
ucrainoпродавати
unghereseárul; elad