Nederländsk–svensk ordbok

Svenska översättning av det nederländska ordet lopen

nederländska → svenska
  
nederländskasvenska
(tippelen; wandelen)
promenera
;
spatsera
(stromen; vlieten; vloeien)
rinna
;
strömma
🔗 Met zijn hand veegde hij het zweet van zijn voorhoofd dat in zijn ogen liep.
löpa
🔗 Elak vermande zich en liep het water in.
(aflopen; uitgaan; uitraken; verlopen)
sluta
🔗 De middag liep ten einde.
(eindigen; ophouden; uitgaan; verlopen; ten einde lopen)
sluta
🔗 Dit loopt slecht af.
springa
(hollen; rennen; snellen)
kila
;
raka
🔗 Moet ik het hele eind hardlopen?
(buis)
rör
🔗 De loop van de revolver bewoog even, zodat Ted Orping erin kon kijken.
(missen)
missa
🔗 Op die manier kunnen we die mensen niet mislopen.
(aflopen; uitgaan; ten einde lopen)
sluta
🔗 De lezing begon te verlopen.