| Nederlands | Afrikaans (indirect vertaald) | Esperanto |
|---|
| (handelen; optreden; te werk gaan; handelen) | ; | |
| (steken; plaatsen; stoppen; zetten) | | |
🔗 Die gaf zijn gevangenen nog goed te eten, al deed hij wat veel knoflook in de soep.
|
| (indienen; voorstellen; brengen) | ; | |
🔗 Nu zal ik jullie een voorstel doen.
|
| | |
🔗 Marino moet zijn plicht doen en de waarheid vertellen.
|
| (sluiten; afsluiten; aandoen; toebrengen; stellen) | ; | |
🔗 Wil jij mij de eer doen om met me te trouwen?
|
| | |
🔗 Hij deed alsof hij steeds dover werd en binnen de kortste keren hadden ze geen gesprekken meer.
|
| (maken; uitvoeren; begaan; uitrichten; verrichten; uithalen) | ; ; ; ; ; | |
|
| | |
🔗 Je hebt Gozed nooit aangedaan?
|
| (inschakelen; aanknippen; aanzetten) | ; | |
🔗 Zal ik de lamp aandoen?
|
| (aantrekken; opzetten) | | |
|
| (doen; aangaan) | ; | |
🔗 Ik wil de vijand spreken die mij zoveel onrecht heeft aangedaan.
|
| (afhandelen; afwikkelen) | | |
🔗 Berg je papieren op Dorknoper, dit is afgedaan.
|
| (afleggen; afzetten; uitdoen; uittrekken) | ; | |
🔗 Ik ging gisteren boodschappen doen en ik durfde mijn capuchon niet af te doen.
|
| (bijvoegen; toevoegen) | ; | |
| (dichtmaken; sluiten; toedoen) | ; | |
🔗 De oude man wilde de deur weer dichtdoen maar Cugel zette zijn voet ertussen.
|
| | |
🔗 Ik kan niet tegen dit gedoe.
|
| (deelnemen; deelnemen aan) | | |
|
| (opdienen; serveren) | | |
🔗 Maak nu een eind aan je verhaal, want ik wil een glaasje drinken en het eten opdoen.
|
| (behalen; verwerven) | | |
🔗 Ik vraag me af waar mijn vader z’n buitengewone ontwikkeling opgedaan had.
|
| (openen; openmaken; openstellen; aanbreken) | ; | |
|
| (openen) | | |
🔗 Ik zal mijn mond niet opendoen.
|
| (verkopen) | | |
| (dichtdoen; dichtmaken; sluiten) | ; | |
| | |
🔗 Hij bevond zich twintig voet van de plaats waar hij die eerste maal, ook al door toedoen van Iucounu, was neergezet.
|
toedoen | ; | |
| (afzetten; uitschakelen; uitzetten; uitknippen) | | |
🔗 Toen deed hij het licht uit.
|
| (afdoen; afleggen; afzetten; uittrekken) | ; | |
🔗 Donner zal zijn vest uitdoen.
|
| (blussen; doven; uitblussen; uitdoven; uitmaken) | | |
🔗 Doe die toorts uit voor we stikken!
|
| (toereiken; toereikend zijn; voldoende zijn; volstaan) | | |
🔗 Mijn verwachtingen waren al niet bijzonder hoog en zelfs daaraan is niet voldaan.
|
| (betalen) | ; ; | |
🔗 In dat geval zal ik mijn rekening nu voldoen met dit bosje stro.
|
| (verwijderen; wegruimen; opruimen) | | |
🔗 Doe dat wapen weg en wij zullen vrienden blijven.
|