Engels–Nederlands woordenboek

Nederlandse vertaling van het Engelse woord keep‐fit

Engels → Nederlands
  
EngelsNederlands (indirect vertaald)Esperanto
(apoplectic fit; seizure; stroke; stroke of apoplexy; apoplexy)
(attack)
esti laŭmezura
(conform; fit in; correspond)
; ;
in overeenstemming brengen
;
sidi bone
(be suitable; be appropriate; suit; comply)
(suit; make … look)
aspektigi
(be suitable; suit; be of use; serve; do);
geschikt zijn
(access; attack; assault; strike; offensive; raid; onslaught);
(clothe; dress; suit; array; attire); ; ;
(of use; suitable; appropriate; apt; due; expedient; right; useful; fitting; applicable);
🔗 How do we know it’s fit to drink?
‐adi
🔗 So why does this uniquely American phenomenon keep happening?
(breed; raise; rear; farm)
loĝejturo
🔗 They had soon learned to recognize his blushes for what they were, and not a woman in the keep but seemed fascinated by them.
(guard; look after; watch over; preserve; safeguard; watch)
(conserve; maintain; preserve; cache; save; store); ;
(rescue; save; bail out)
(restrain; detain; inhibit; prevent; stop; withhold); ;
(record; register; enrol); ; ; ; ;
(remain; stay; stay over; abide; rest; stop; tarry)
(hang onto; hold; retain; maintain; have);
(remain; stay)
(follow; observe; act on; act upon; obey)
(fulfil; abide by; meet; observe; honour; comply with)
🔗 Trump certainly hasn’t kept every promise he made as a candidate.

EngelsNederlands
keep‐fit⇆ conditietraining
fit⇆ aanbrengen; ⇆ aaneensluiten; ⇆ aangepast zijn; ⇆ aanval; ⇆ behoorlijk; ⇆ bekwaam; ⇆ bekwaam maken; ⇆ beroerte; ⇆ bevlieging; ⇆ bezwijming; ⇆ bui; ⇆ fit; ⇆ fris; ⇆ gepast; ⇆ geschikt; ⇆ geschikt maken; ⇆ gezond; ⇆ goed zitten; ⇆ inbouwen; ⇆ inrichten; ⇆ insult; ⇆ monteren; ⇆ op zijn plaats zijn; ⇆ passen; ⇆ passen bij; ⇆ passen in; ⇆ passen op; ⇆ passen voor; ⇆ passend; ⇆ passend maken; ⇆ pasvorm; ⇆ rolberoerte; ⇆ stuip; ⇆ toeval; ⇆ uitrusten; ⇆ vlaag; ⇆ voegzaam; ⇆ volwaardig; ⇆ voorzien; ⇆ zetten; ⇆ zich aanpassen aan
keep⇆ behoeden; ⇆ behouden; ⇆ beschutten; ⇆ bewaken; ⇆ bewaren; ⇆ bewaring; ⇆ bijhouden; ⇆ blijven; ⇆ conserveren; ⇆ donjon; ⇆ doorgaan met; ⇆ erop nahouden; ⇆ eropna houden; ⇆ gevangenis; ⇆ goed blijven; ⇆ hoede; ⇆ hoeden; ⇆ houden; ⇆ kost; ⇆ mainteneren; ⇆ onderhoud; ⇆ onderhóúden; ⇆ ophouden; ⇆ slottoren; ⇆ tegenhouden; ⇆ terughouden; ⇆ verdedigen; ⇆ vieren; ⇆ zich goed houden; ⇆ zich houden; ⇆ zich houden aan