Informatie over het woord dress (Engels → Esperanto: vesti)

Synoniemen: clothe, fit, suit, array, attire

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/dɹɛs/
Afbrekingdress
Shaw‐alfabet𐑛𐑮𐑧𐑕
Deseret‐alfabet𐐼𐑉𐐯𐑅

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) dress(I) dressed
(thou) dressest(thou) dressedst
(he) dresses, dresseth(he) dressed
(we) dress(we) dressed
(you) dress(you) dressed
(they) dress(they) dressed
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) dress (I) dressed
(thou) dress(thou) dressed
(he) dress(he) dressed
(we) dress(we) dressed
(you) dress(you) dressed
(they) dress(they) dressed
Gebiedende wijs
dress
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
dressingdressed

Voorbeelden van gebruik

Muttering under his breath, he dressed hurriedly.

Vertalingen

Afrikaansaanklee
Catalaansvestir
Duitsanziehen; kleiden; ankleiden
Esperantovesti
Faeröerslata í
Franshabiller; revêtir; vêtir
Italiaansvestire
Latijnvestire
Nederlandskleden; aankleden
Papiamentsbisti
Poolsubierać
Portugeescobrir; revestir; vestir
Roemeensîmbrăca
Russischодевать; одеть
Saterfriesounluuke; anluuke; kloodje; tüütelje; ankloodje; bekloodje
Schotscleid
Spaansvestir
Tagalogdamtán; bihisan
Tsjechischobléci; oblékat; odít
Westerlauwers Friesde klean oandwaan; oanklaaie