Nederländsk–svensk ordbok

Svenska översättning av det nederländska ordet gaan

nederländska → svenska
  
nederländskasvenska
🔗 Ik ging door de steeg aan den achterkant en klom over den muur, zodat ik op het terrein van het kasteel terecht kwam.
(overgaan)
ljuda
;
låta
;
tona
🔗 Opnieuw ging de gong.
(rijden)
fara
;
åka
eraan gaan
förgås
rymma
;
undkomma
🔗 Ze gaan er met de schatten vandoor!
(vertrekken; weggaan; heengaan; ophoepelen; opkrassen; opstappen)
ge sig iväg
🔗 Neemt u me niet kwalijk, meneer Brunel, dat ik ervandoor ga.
(mijden; ontwijken)
kringgå
;
undfly
🔗 Ṿerscheidene dagen gingen vader en zoon elkaar uit de weg.
(betreffen; raken; gaan om)
beträffa
🔗 Is dat niet een zaak die u aangaat?
(aanvangen; beginnen; aanvaarden; inzetten; een begin maken met; aanheffen)
begynna
;
börja
🔗 Na mijn emotionele uitbarsting ben ik een gesprek aangegaan met mijn leidinggevende.
(vertrekken; weggaan; zich verwijderen; heengaan; opstappen)
ge sig iväg
entré
;
inträde
(aanvangen; beginnen; een aanvang nemen)
begynna
;
börja
🔗 De staking moet zaterdag om 21:00 uur ingaan.
(beschouwen; overwégen; bekijken)
betrakta
(gebeuren; geschieden; voorvallen; plaatsgrijpen; plaatsvinden; zich afspelen; passeren; gevallen; zich toedragen; vóórkomen)
hända
;
inträffa
;
passera
🔗 Niemand vertelt hem nog wat er omgaat in de wereld.
(gaan; klinken; slaan)
ljuda
;
låta
;
tona
🔗 Zodra ik de telefoon hoorde overgaan, wist ik dat jij het was.
(aanhanger)
partigängare
stukgaan
(breken; afbreken)
bryta
(aflopen; verlopen; ten einde lopen)
sluta
drukna
(omkomen; óndergaan; verongelukken; te gronde gaan; het leven laten)
förgås
🔗 Hoe is het eerste schip vergaan?
fotgängare
🔗 Moet u de voetganger voor laten gaan?
(afgaan; vertrekken; zich verwijderen; heengaan; ophoepelen; opstappen; ervandoor gaan)
ge sig iväg
🔗 Om vier uur gaan we weg.
(omkomen; vergaan; verongelukken; te gronde gaan; het leven laten)
förgås
(klimmen; naar boven gaan; rijzen; bestijgen; opstijgen; omhooggaan; beklimmen)
dala
🔗 Ze gingen de trap op en de rook drong prikkelend in hun longen.