| Nederlands | Afrikaans (indirect vertaald) | Esperanto |
|---|
| (bijhouden; vasthouden; voeren; huldigen) | | |
🔗 Hij maakte de hond los en hield hem aan de lijn naast zich.
|
| (gadeslaan; observeren; waarnemen; in acht nemen) | | |
🔗 Kan iemand God kennen en zijn geboden niet houden?
|
| (nemen) | | |
🔗 „Als dat allemaal zo is,” zei ik, „is ze een betere actrice dan waarvoor ik haar hield.
|
| (ophouden; vasthouden) | | |
🔗 Probeer ’m deze keer in de cel te houden.
|
| (doorbijten; doorzetten; voet bij stuk houden; volharden; volhouden; het uithouden) | | |
🔗 De dijken hadden het niet gehouden.
|
| (beminnen; liefhebben; lieven) | ; | |
|
| (hechten aan; geven om) | ; | |
|
| (beminnen) | ; | |
🔗 Deze man hield van de mensen, hoewel hij niet die indruk maakte.
|
| | |
🔗 En daar houden we niet van.
|
| (rekenen tot) | | |
| (aanhouden; keren; stilleggen; stilzetten; stoppen; stuiten; tegenhouden; tot staan brengen) | ; ; | |
🔗 Met deze woorden begaf hij zich naar de gang en hield de juist passerende bediende staande.
|
| (nakomen; naleven; vervullen; ten uitvoer brengen) | | |
🔗 Hij moet zich aan zijn belofte houden.
|
| (blijven; toeven; verblijven) | | |
🔗 Er hield zich in die streken een draak op.
|
| (arresteren; oppakken; in hechtenis nemen) | ; ; ; | |
🔗 Hij werd al op 14 april aangehouden.
|
| (keren; stilleggen; stilzetten; stoppen; stuiten; tegenhouden; staande houden; tot staan brengen) | ; ; | |
🔗 Biggles hield een taxi aan en ging terug naar zijn kantoor in Scotland Yard.
|
| (uitstellen) | ; | |
| | |
| | |
🔗 U kunt uw broek aanhouden.
|
| (doorgaan met; doorgaan) | | |
🔗 De verwachting is dat de gladheid tot in de ochtend aanhoudt.
|
| (verzwijgen) | | |
🔗 Je mag niets achterhouden.
|
| (bewaren; overhouden; in stand houden; onderhóúden) | ; | |
| (redden) | | |
| (safe; veilig) | | |
| (volgen) | | |
🔗 Sinds het KNMI het weer ging bijhouden, in 1901, was het 24 keer eerder zo vroeg zo warm.
|
| (houden) | | |
| | |
🔗 Af en toe ziet men hier gevaarlijke beesten, dus houdt jullie wapens gereed.
|
| (behelzen; bevatten) | | |
🔗 Er woei een bittere oostelijke wind die de dreiging van de invallende winter inhield.
|
| (blijven staan; halt houden; stilhouden; stoppen; halt maken; blijven stilstaan) | ; | |
🔗 Toen hij inhield om te luisteren, hoorde hij niets.
|
| | |
🔗 Wij hielden onze paarden in.
|
| (amuseren; vermaken) | | |
| | vivteni |
🔗 Thralk had dat leven nodig, om het lichaam dat hij bewoonde te onderhouden en om zijn geest te versterken die dreigde terug te glijden naar het Rijk van de Dood.
|
| (doorgaan met) | ; | |
| (behouden; bewaren; in stand houden) | ; | |
🔗 Orbán onderhoudt nog steeds nauwe banden met de Russische president Putin.
|
| (aflopen; eindigen) | | |
🔗 En daar hield ook de kennis van Thomas op.
|
| (aflaten; stoppen; uitscheiden; uitscheiden met; afbreken) | | |
|
| (houden; vasthouden) | | |
| (behouden; bewaren) | ; | |
| (weerstaan) | | |
🔗 Maar zullen zij aan deze zijde van de rivier standhouden?
|
| (duren; voortduren) | ; | |
| (blijven staan; halt houden; stoppen; halt maken; blijven stilstaan; inhouden) | ; | |
🔗 Eenmaal hielden ze stil en zwegen.
|
| | |
🔗 Als ik kon, zou ik het liever stilhouden.
|
| (aanhouden; keren; stilleggen; stilzetten; stoppen; stuiten; staande houden; tot staan brengen) | ; ; | |
|
| (houden; voeren; huldigen) | | |
🔗 Ik hield hem stevig vast.
|
| (ophouden; houden) | | |
| (doorzetten; volharden; het uithouden) | | |
🔗 Hij moest het nog een half jaar volhouden.
|
| ; | |
| | |
|