Nederlands–Afrikaanse woordeboek

Afrikaanse vertaling van die Nederlandse woord doen

Nederlands → Afrikaans
  
NederlandsAfrikaans (onregstreeks vertaal)Esperanto
(handelen; optreden; te werk gaan; handelen);
(steken; plaatsen; stoppen; zetten)
🔗 Die gaf zijn gevangenen nog goed te eten, al deed hij wat veel knoflook in de soep.
(indienen; voorstellen; brengen);
🔗 Nu zal ik jullie een voorstel doen.
🔗 Marino moet zijn plicht doen en de waarheid vertellen.
(sluiten; afsluiten; aandoen; toebrengen; stellen);
🔗 Wil jij mij de eer doen om met me te trouwen?
🔗 Hij deed alsof hij steeds dover werd en binnen de kortste keren hadden ze geen gesprekken meer.
(maken; uitvoeren; begaan; uitrichten; verrichten; uithalen); ; ; ; ;
🔗 Wat nu te doen?
🔗 Je hebt Gozed nooit aangedaan?
(inschakelen; aanknippen; aanzetten);
🔗 Zal ik de lamp aandoen?
(aantrekken; opzetten)
🔗 Ga je trui aandoen.
(doen; aangaan);
🔗 Ik wil de vijand spreken die mij zoveel onrecht heeft aangedaan.
(afhandelen; afwikkelen)
🔗 Berg je papieren op Dorknoper, dit is afgedaan.
(afleggen; afzetten; uitdoen; uittrekken);
🔗 Ik ging gisteren boodschappen doen en ik durfde mijn capuchon niet af te doen.
(bijvoegen; toevoegen);
(dichtmaken; sluiten; toedoen);
🔗 De oude man wilde de deur weer dichtdoen maar Cugel zette zijn voet ertussen.
🔗 Ik kan niet tegen dit gedoe.
(deelnemen; deelnemen aan)
🔗 Hoe doet u mee?
(opdienen; serveren)
🔗 Maak nu een eind aan je verhaal, want ik wil een glaasje drinken en het eten opdoen.
(behalen; verwerven)
🔗 Ik vraag me af waar mijn vader z’n buitengewone ontwikkeling opgedaan had.
(openen; openmaken; openstellen; aanbreken);
🔗 Ga opendoen!
(openen)
🔗 Ik zal mijn mond niet opendoen.
(verkopen)
(dichtdoen; dichtmaken; sluiten);
🔗 Hij bevond zich twintig voet van de plaats waar hij die eerste maal, ook al door toedoen van Iucounu, was neergezet.
toedoen
;
(afzetten; uitschakelen; uitzetten; uitknippen)
🔗 Toen deed hij het licht uit.
(afdoen; afleggen; afzetten; uittrekken);
🔗 Donner zal zijn vest uitdoen.
(blussen; doven; uitblussen; uitdoven; uitmaken)
🔗 Doe die toorts uit voor we stikken!
(toereiken; toereikend zijn; voldoende zijn; volstaan)
🔗 Mijn verwachtingen waren al niet bijzonder hoog en zelfs daaraan is niet voldaan.
(betalen); ;
🔗 In dat geval zal ik mijn rekening nu voldoen met dit bosje stro.
(verwijderen; wegruimen; opruimen)
🔗 Doe dat wapen weg en wij zullen vrienden blijven.