Informasie oor die woord aangaan (Nederlands → Esperanto: fari)

Sinonieme: doen, sluiten, afsluiten, aandoen, toebrengen, stellen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈaŋɣan/
Afbrekingaan·gaan

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(hij) gaat aan(hij) ging aan
(zij) gaan aan(zij) gingen aan
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat hij) aanga(dat hij) aanginge
(dat zij) aangaan(dat zij) aangingen
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
ga aangaat aan
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
aangaand, aangaande(zijn) aangegaan

Voorbeelde van gebruik

U bent het contract aangegaan voor 1 jaar.

Vertalinge

Afrikaansaangaan; aandoen
Duitsschließen
Engelsstrike
Esperantofari
Friesdwaan
Jamaikaanse Patoisdu
Nederduitsangån
Skotsdae