Informasie oor die woord opdoen (Nederlands → Esperanto: surtabligi)

Sinonieme: opdienen, serveren, op tafel leggen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈɔbdun/
Afbrekingop·doen

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) doe op(ik) deed op
(jij) doet op(jij) deed op
(hij) doet op(hij) deed op
(wij) doen op(wij) deden op
(jullie) doen op(jullie) deden op
(gij) doet op(gij) deedt op
(zij) doen op(zij) deden op
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) opdoe(dat ik) opdede
(dat jij) opdoe(dat jij) opdede
(dat hij) opdoe(dat hij) opdede
(dat wij) opdoen(dat wij) opdeden
(dat jullie) opdoen(dat jullie) opdeden
(dat gij) opdoet(dat gij) opdedet
(dat zij) opdoen(dat zij) opdeden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
doe opdoet op
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
opdoend, opdoende(hebben) opgedaan

Voorbeelde van gebruik

Maak nu een eind aan je verhaal, want ik wil een glaasje drinken en het eten opdoen.

Vertalinge

Afrikaansbedien
Duitsauftragen
Engelsserve
Esperantosurtabligi
Saterfriesapdreege
Spaansservir