Dizionario olandese–italiano
Traduzione italiana della parola olandese grijpen
| olandese | italiano (tradotto indirettamente) | esperanto |
|---|---|---|
| (bemachtigen; aangrijpen; vastgrijpen; te pakken krijgen) | afferrare | |
| ||
| (bemachtigen; grijpen; vastgrijpen; te pakken krijgen) | afferrare | |
| ||
| (snappen; vatten; verstaan) | capire ; comprendere | |
| ||
| (gebeuren; geschieden; voorvallen; plaatsvinden; omgaan; zich afspelen; passeren; gevallen; plaatshebben; zich voltrekken; zich toedragen; vóórkomen) | accadere ; arrivare ; succedere | |
| ||
| (bemachtigen; grijpen; aangrijpen; te pakken krijgen) | afferrare | |
| ||