Informazioni sulla parola verstaan (olandese → Esperanto: kompreni)

Sinonimi: begrijpen, snappen, vatten, hoogte krijgen van, kneizen

Parte del discorsoverb
Pronuncia/vərˈstan/
Sillabazionever·staan

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) versta(ik) verstond
(jij) verstaat(jij) verstond
(hij) verstaat(hij) verstond
(wij) verstaan(wij) verstonden
(jullie) verstaan(jullie) verstonden
(gij) verstaat(gij) verstondt
(zij) verstaan(zij) verstonden
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) versta(dat ik) verstonde
(dat jij) versta(dat jij) verstonde
(dat hij) versta(dat hij) verstonde
(dat wij) verstaan(dat wij) verstonden
(dat jullie) verstaan(dat jullie) verstonden
(dat gij) verstaat(dat gij) verstondet
(dat zij) verstaan(dat zij) verstonden
Participi
Participio presenteParticipio passato
verstaand, verstaande(hebben) verstaan

Esempi di utilizzo

Versta je mijn taal soms niet?
Zo hebt ook u geleerd anderen te verstaan en zelf te spreken.

Traduzioni

afrikaansbegryp; verstaan
albanesekuptoj
basso‐tedescobegrypen
catalanocomprendre; entendre
cecochápat; pochopit; rozumět
creolo giamaicanoandastan
daneseforstå
esperantokompreni
faroenseskilja; fata
finlandeseymmärtää
francesecomprendre
frisone di Saterlandferstounde; begriepe
frisone occidentalebegripe; ferstean
gaelico scozzesetuig
greco anticoαἰσθάνομαι
ingleseunderstand; catch; comprehend
inglese anticoundergietan
islandeseskilja
italianocapire; comprendere
latinointellegere
malesefaham; mengerti
norvegeseforstå
papiamentokèch; komprendé; komprondé
polacorozumieć
portogheseapreender; compreender; entender
romenoînțelege
russoпонимать; понять
spagnolocomprender; entender
sranan tongofrustan
svedesebegripa
tailandeseเข้าใจ; สำคัญ
tedescobegreifen; erfassen; verstehen; kapieren; einsehen
turcoanlamak
ucrainoпозуміти
unghereseért; megért