Nederlands–Engels woordenboek

Engelse vertaling van het Nederlandse woord aansteller

Nederlands → Engels

NederlandsEngels (indirect vertaald)Esperanto
info aansteller
zelfstandig naamwoord
(poseur)
info poseur
zelfstandig naamwoord
info afektulo
zelfstandig naamwoord
info aanstellen
werkwoord
(benoemen)
info appoint
werkwoord
info enoficigi
werkwoord
info aanstellerig
bijvoeglijk naamwoord
info affected
bijvoeglijk naamwoord
info afektema
bijvoeglijk naamwoord
info aanstellerij
zelfstandig naamwoord
info affectation
zelfstandig naamwoord
info afektado
zelfstandig naamwoord
info aanstellerij
zelfstandig naamwoord
info affectation
zelfstandig naamwoord
;
info pose
zelfstandig naamwoord
info afektaĵo
zelfstandig naamwoord
NederlandsEngels
aanstellerattitudinarian; exhibitionist; phoney; poseur; posture‐maker
aanstellenappoint; commission; constitute; institute; ordain; put in; set up
aanstellerigaffected; demonstrative; la‐di‐da; lardy‐dardy
aanstellerijaffectation; attitudinizing; carryings‐on; exhibitionism; frills; performance; pose; posing
Woordenlijst
<< >