Engels–Nederlands woordenboek

Nederlandse vertaling van het Engelse woord abuse

Engels → Nederlands

EngelsNederlands (indirect vertaald)Esperanto
info abuse
zelfstandig naamwoord
(cursing; invective)
info gescheld
zelfstandig naamwoord
info insultado
zelfstandig naamwoord
info abuse
werkwoord
(affront; curse; insult; offend; revile)
info beledigen
werkwoord
;
info uitschelden
werkwoord
info insulti
werkwoord
info abuse
zelfstandig naamwoord
(affront; curse; insult)
info belediging
zelfstandig naamwoord
info insulto
zelfstandig naamwoord
info abuse
zelfstandig naamwoord
info mishandeling
zelfstandig naamwoord
info malbona traktado
onbekende woordsoort
info abuse
werkwoord
(misuse)
info misbruiken
werkwoord
;
info misuzi
werkwoord
info abuse
zelfstandig naamwoord
info misbruik
zelfstandig naamwoord
info misuzo
zelfstandig naamwoord
info abuse
werkwoord
info mishandelen
werkwoord
info trakti malbone
onbekende woordsoort
info abuse
zelfstandig naamwoord
info euveldaad
zelfstandig naamwoord
;
info ploertenstreek
zelfstandig naamwoord
;
info rotstreek
zelfstandig naamwoord
info fiago
zelfstandig naamwoord
info abuse
zelfstandig naamwoord
info mishandeling
zelfstandig naamwoord
info mistraktado
zelfstandig naamwoord
info abuse
werkwoord
(overtax)
info misbruiken
werkwoord
;
info misbruik maken van
werkwoord
info trouzi
werkwoord
abuse of power
(misfeasance)
info ambtsmisdrijf
zelfstandig naamwoord
ofica krimo
info abuse of power
zelfstandig naamwoord
(malfeasance)
info ambtsovertreding
zelfstandig naamwoord
info ofica malobservo
zelfstandig naamwoord
info term of abuse
zelfstandig naamwoord
(invective)
info scheldwoord
zelfstandig naamwoord
info insultvorto
zelfstandig naamwoord
info abusive
bijvoeglijk naamwoord
(insulting; offensive; rough; costumelious)
info beledigend
bijvoeglijk naamwoord
;
info smadelijk
bijvoeglijk naamwoord
info insulta
bijvoeglijk naamwoord
EngelsNederlands
abusebeledigen; belediging; gescheld; geschimp; misbruik; misbruiken; misbruik maken van; mishandelen; mishandeling; misleiden; misstand; schelden op; scheldwoorden; uitschelden
abuse ofgescheld op
abuse of powerambtsmisdrijf; ambtsovertreding; machtsmisbruik; misbruik van macht
child abusekindermishandeling
exchange of abusescheldpartij
sexual abuseseksmisbruik
shower abuse on somebodyiemand de huid vol schelden
solvent abuselijmsnuiven
term of abusescheldwoord
abusedmisbruikt
abusivefoutief; grof; verkeerd
self‐abusemasturbatie
Woordenlijst
<< >