| Nederlands | Esperanto |
|---|
| (klim) | |
🔗 Maar voorbij het bruggetje over een wild bruisende waterval begon de grote klimpartij.
|
| (naar boven gaan; bestijgen; opgaan; opstijgen; omhooggaan; beklimmen) | |
| (klauteren) | |
🔗 Meteen opende Cugel het venster en klom naar binnen.
|
| |
🔗 Klimop klimt niet alleen maar kan ook als bodembedekker of als kleine heester worden gebruikt.
|
| (feest; fuif) | |
| |
🔗 Hij is van de verkeerde partij.
|
| (hoop; set; stel; troep; verzameling; reut) | |
🔗 Hoeveel moet die partij kosten, heer IJl?
|
| (stem) | |
| |
🔗 Beide partijen hebben veel te winnen én te verliezen.
|
| |
🔗 Ook over de visserij, een van de andere pijnpunten, liggen de twee partijen nog ver uit elkaar
|
| |
🔗 Chauffeur Hille Wiersma leek een goede partij voor haar.
|
| (partijtje) | |
🔗 Niet zelden duurde een partij een paar dagen.
|