Informatie over het woord beklimmen (Nederlands → Esperanto: supreniri)

Synoniemen: klimmen, naar boven gaan, rijzen, bestijgen, opgaan, opstijgen, omhooggaan

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/bəˈklɪmə(n)/
Afbrekingbe·klim·men

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) beklim(ik) beklom
(jij) beklimt(jij) beklom
(hij) beklimt(hij) beklom
(wij) beklimmen(wij) beklommen
(jullie) beklimmen(jullie) beklommen
(gij) beklimt(gij) beklomt
(zij) beklimmen(zij) beklommen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) beklimme(dat ik) beklomme
(dat jij) beklimme(dat jij) beklomme
(dat hij) beklimme(dat hij) beklomme
(dat wij) beklimmen(dat wij) beklommen
(dat jullie) beklimmen(dat jullie) beklommen
(dat gij) beklimmet(dat gij) beklommet
(dat zij) beklimmen(dat zij) beklommen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
beklimbeklimt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
beklimmend, beklimmende(hebben) beklommen

Vertalingen

Afrikaansbestyg
Duitssteigen; ersteigen; heraufgehen; hinaufgehen; hinaufsteigen
Engelsclimb; ascend; mount
Esperantosupreniri
Fransdescendre
Italiaanssalire
Kabylischali (ⴰⵍⵉ)
Papiamentssubi
Poolsiść w górę
Portugeesascender; subir
Russischподниматься; подняться
Saterfriesstiege; klieuwe
Spaansascender; ascender a; ascender al; montar; subir; subir a
Westerlauwers Friesklimme
Zweedsdala