| Nederlands | Esperanto |
|---|
| (naar boven gaan; bestijgen; opgaan; opstijgen; omhooggaan; beklimmen) | |
| (klauteren) | |
🔗 Meteen opende Cugel het venster en klom naar binnen.
|
| |
🔗 Klimop klimt niet alleen maar kan ook als bodembedekker of als kleine heester worden gebruikt.
|
| |
| |
🔗 Deze woorden maakten de vorsten zo beangst dat zij, onder lle mogelijke voorzorgen om de geest niet te wekken, begonnen af te klimmen.
|
| |
🔗 Sommige mannen beklommen de helling.
|
| |
🔗 Je had het over het beklimmen van de muur, maar als je eenmaal boven was, zou je willen dat je gauw weer beneden was.
|
| (klimmen; naar boven gaan; bestijgen; opgaan; opstijgen; omhooggaan) | |
| (klimpartij) | |
🔗 De klim scheen mij oneindig lang te duren.
|
| grimpa hortensio |
| () |
| |
| (klim) | |
🔗 Maar voorbij het bruggetje over een wild bruisende waterval begon de grote klimpartij.
|
| () |
🔗 Met deze klimplant kunnen we ze vastbinden voordat ze bijkomen.
|
| |
| |
🔗 Zijn vrouw wilde natuurlijk liever klimrozen, maar hij wilde klimop.
|
| |
| |
| |
| |
| |
🔗 Hij maakte dat hij wegkwam en klom de trappen weer op.
|
| |
| |