| Nederlands | Afrikaans (indirect vertaald) | Esperanto |
|---|
| (ontmoeten) | | |
| (halen; raken) | | |
🔗 De man met het zwaard wachtte op een kans om toe te slaan zonder het risico te lopen dat hij de soldaten trof.
|
| (gevecht; kamp; slag) | ; ; | |
🔗 In het verleden heeft dit treffen al eenenveertig maal plaatsgehad.
|
| (ontmoeting) | | |
🔗 Maar dat is een informeel treffen.
|
| (aantreffen; vinden) | ; | |
🔗 Daar zul je een man treffen die je een bundel goud en een paard zal geven.
|
| ; ; | |
🔗 Ach, welke ramp zal ons nu treffen?
|
| (aanwenden; toepassen) | ; | |
| (vinden; treffen) | ; | |
🔗 Hij zei dat wij de man hier zouden aantreffen.
|
| (vinden) | ; | |
🔗 Alleenstaande bloemen treft men bij bomen slechts zelden aan.
|
| (bevinden; vinden) | | |
🔗 Het ene dorp na het andere troffen ze verlaten aan.
|
| (vinden) | ; ; | |