Informatie over het woord aantreffen (Nederlands → Esperanto: trovi)

Synoniem: vinden

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈantrɛfə(n)/
Afbrekingaan·tref·fen

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) tref aan(ik) trof aan
(jij) treft aan(jij) trof aan
(hij) treft aan(hij) trof aan
(wij) treffen aan(wij) troffen aan
(jullie) treffen aan(jullie) troffen aan
(gij) treft aan(gij) troft aan
(zij) treffen aan(zij) troffen aan
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) aantreffe(dat ik) aantroffe
(dat jij) aantreffe(dat jij) aantroffe
(dat hij) aantreffe(dat hij) aantroffe
(dat wij) aantreffen(dat wij) aantroffen
(dat jullie) aantreffen(dat jullie) aantroffen
(dat gij) aantreffet(dat gij) aantroffet
(dat zij) aantreffen(dat zij) aantroffen
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
aantreffend, aantreffende(hebben) aangetroffen

Voorbeelden van gebruik

Dit is meestal ook alles wat u in de kop van een document zult aantreffen.
Vorige maand werden in een café in de Zuidafrikaanse kustplaats Oos‐Londen 22 mensen dood aangetroffen.
Alleenstaande bloemen treft men bij bomen slechts zelden aan.
Een deurwaarder trof het lijk aan toen hij de woning van de vrouw in het Oostfranse Maçon was binnengedrongen.

Vertalingen

Afrikaansvind; aantref
Engelsfind; come across
Esperantotrovi
Nederduitsantreffen; vinden