Informatie over het woord aantreffen (Nederlands → Esperanto: trovi)

Synoniem: vinden

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈantrɛfə(n)/
Afbrekingaan·tref·fen

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) tref aan(ik) trof aan
(jij) treft aan(jij) trof aan
(hij) treft aan(hij) trof aan
(wij) treffen aan(wij) troffen aan
(jullie) treffen aan(jullie) troffen aan
(gij) treft aan(gij) troft aan
(zij) treffen aan(zij) troffen aan
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) aantreffe(dat ik) aantroffe
(dat jij) aantreffe(dat jij) aantroffe
(dat hij) aantreffe(dat hij) aantroffe
(dat wij) aantreffen(dat wij) aantroffen
(dat jullie) aantreffen(dat jullie) aantroffen
(dat gij) aantreffet(dat gij) aantroffet
(dat zij) aantreffen(dat zij) aantroffen
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
aantreffend, aantreffende(hebben) aangetroffen

Vertalingen

Afrikaansvind; kry; aantref
Albaneesgjej
Catalaanstrobar
Deensfinde
Duitsfinden; befinden; ermitteln
Engelsfind; strike
Engels (Oudengels)findan; gemetan; metan
Esperantotrovi
Faeröersfinna
Finslöytää
Franstrouver
Hongaarstalál
IJslandsfinna
Italiaanstrovare
Jamaicaans Creoolsfain
Latijnreperire
Luxemburgsfannen
Nederduitsvinden
Noorsfinne
Papiamentshaña; haya
Poolsznaleźć
Portugeesachar; asceitar; deparar; encontrar
Roemeensgăsi
Russischнайти; находить
Saterfriesfiende; befiende; träffe; anträffe
Schotsfind
Schots-Gaelischfaigh
Spaansencontrar; hallar
Srananfeni
Tsjechischnacházet; najít; nalézat; nalézt; shledat
Turksbulmak
Westerlauwers Friesfine; finen
Zweedsfinna; hitta; upphitta