Nederländsk–svensk ordbok

Svenska översättning av det nederländska ordet weg

nederländska → svenska
  
nederländskasvenska
medel
gång
;
stråt
;
🔗 President Trump baande zich een weg naar de kerk.
(mijden; ontwijken)
kringgå
;
undfly
🔗 Ṿerscheidene dagen gingen vader en zoon elkaar uit de weg.
avtagsväg
;
avväg
🔗 Op dat moment zag hij op een dwarsweg een fietser naderen en hij schoot snel achter een boom om niet gezien te worden.
(heerbaan)
huvudled
🔗 Een van de wegen waar het verkeer vastliep, was de hoofdweg tussen Johannesburg en Durban.
(spoor; spoorbaan)
järnväg
🔗 Ik ging daarom naar de oever van de Elbe, daar waar de stoomboot ligt die de stad verbindt met de spoorweg.
sta‐in‐de‐weg
(beletsel; hindernis; hinderpaal; obstakel)
hinder
ulltistel
wegenwachter
(cikorei; wilde cichorei)
cikoria
;
vägvårda
(ontkomen)
rymma
;
undkomma
🔗 Er is een andere manier om hier weg te komen, ook al zal die je waarschijnlijk niet aanstaan.
(kruispunt; viersprong; kruising)
vägkorsning
;
vägmöte
🔗 Het zal niet lang duren voor wij de wegkruising naderen en bij de Dieptekom komen waar de slag twee nachten geleden werd geleverd.
avskicka
🔗 Waarom hebt u Pieps weggestuurd, professor?
(zinken; inzinken; neerzijgen)
sjunka
🔗 De zon was achter de bergen weggezakt.