Nederländsk–svensk ordbok

Svenska översättning av det nederländska ordet looppas

nederländska → svenska
  
nederländskasvenska
(tippelen; wandelen)
promenera
;
spatsera
(stromen; vlieten; vloeien)
rinna
;
strömma
🔗 Met zijn hand veegde hij het zweet van zijn voorhoofd dat in zijn ogen liep.
löpa
🔗 Elak vermande zich en liep het water in.
(paspoort)
pass
🔗 U moet uw pas laten zien.
(juist; net; daarnet)
just
;
nyss
🔗 In het huis hing de geur van pas gebraden vlees.
(schrede; stap; voetstap)
steg
🔗 De stoet uit Dahaut hield op honderdvijftig pas afstand stil.