Dictionnaire néerlandais–français

Traduction française du mot néerlandais schikken

néerlandais → français
  
néerlandaisfrançais (traduit indirectement)espéranto
(gelegen komen; passen; uitkomen; voegen; conveniëren)
🔗 In die week schikt het me iedere dag.
(regelen; redderen; beredderen)
ordonner
;
ranger
;
régler
🔗 Een dienstmeid bracht een zilveren schaal binnen waarop twaalf rijpe vijgen lagen geschikt.
zich schikken
s’adapter
;
s’ajuster
se mettre à table
🔗 Ook toevallige voorbijgangers werden uitgenodigd aan te schikken.
(betamelijk; gepast; passend; toepasselijk; oorbaar);
(doelmatig; gemakkelijk; gepast; passend)
commode
; ;
opportun
🔗 Hij wachtte alleen nog maar op het geschikte ogenblik om hem een vernietigende klap toe te brengen.
(bruikbaar; passend)
apte à
; ;
propice
🔗 Ik zal het doen, als zich een geschikt moment voordoet.
(adequaat)
adéquate
(afspraak; akkoord; overeenkomst)
pacte
;
accommodement
(inrichting; regeling; zetting)
construction
;
disposition