Dictionnaire néerlandais–français

Traduction française du mot néerlandais hefboom

néerlandais → français
  
néerlandaisfrançais (traduit indirectement)espéranto
levier
arbre
🔗 Bomen of banken stonden er niet.
(baar; paal; schacht; spijl; stang; staaf; schaft)
bâton
;
gaule
;
perche
;
barre
;
barreau
🔗 Hij zag de rood‐witte bomen al.
(beuren; ophalen; tillen; opheffen; opnemen; optillen; oplichten; lichten; omhoogheffen)
lever
;
soulever
;
élever
🔗 De edelman stond op en hief zijn lorgon.
;
exiger
🔗 De gemeente Herzele heft een belasting op de uitbating van een dancing.