Diccionario neerlandés–español

Traducción española de la palabra neerlandesa loopjongen

neerlandés → español
  
neerlandésespañol (traducido indirectamente)esperanto
(knaap; joch)
chico
;
muchacho
;
infante
🔗 Maar waar is die jongen nu?
(stappen; treden; benen)
caminar
;
dar pasos
;
gestionar
🔗 Hij en John liepen naar hun ouders, die in de menigte stonden te wachten.
(tippelen; wandelen)
pasear
(stromen; vlieten; vloeien)
fluir
;
manar
🔗 Met zijn hand veegde hij het zweet van zijn voorhoofd dat in zijn ogen liep.
marchar
;
🔗 Elak vermande zich en liep het water in.

neerlandésespañolinglés
loopjongencaballerote; sinvergüenzacad
loopjongenacosar; condimentar con picantes; diablo; molestardevil
loopjongencadete; mandadero; recaderoerrand‐boy