Nederlands–Engels woordenboek

Engelse vertaling van het Nederlandse woord aanbreken

Nederlands → Engels
Engels → Nederlands

NederlandsEngels (indirect vertaald)Esperanto
info aanbreken
werkwoord
(aanspreken)
info break into
werkwoord
;
info broach
werkwoord
;
info cut into
werkwoord
info ekkonsumi
werkwoord
info aanbreken
werkwoord
(beginnen; intreden)
info begin
werkwoord
;
info be started
werkwoord
;
info commence
werkwoord
;
info start
werkwoord
;
info set in
werkwoord
info komenciĝi
werkwoord
info aanbreken
zelfstandig naamwoord
info beginning
zelfstandig naamwoord
;
info start
zelfstandig naamwoord
info komenciĝo
zelfstandig naamwoord
info aanbreken
werkwoord
(opendoen; openen; openmaken; openstellen; openslaan)
info open
werkwoord
info malfermi
werkwoord
info aanbreken van de dag
zelfstandig naamwoord
(dageraad; ochtendgloren; krieken van de ochtend; morgenkrieken; ochtendkrieken)
info dawn
zelfstandig naamwoord
;
info daybreak
zelfstandig naamwoord
info mateniĝo
zelfstandig naamwoord
info breken
werkwoord
info refract
werkwoord
info refrakti
werkwoord
info breken
werkwoord
(afbreken; dóórbreken; schenden; stukbreken; verbreken)
info break
werkwoord
;
info crack
werkwoord
info rompi
werkwoord
info breken
werkwoord
(afbreken; knappen)
info break
werkwoord
;
info crack
werkwoord
info rompiĝi
werkwoord
info breken
zelfstandig naamwoord
(breuk)
info break
zelfstandig naamwoord
info rompiĝo
zelfstandig naamwoord
info breken
zelfstandig naamwoord
(breuk; fractuur; verbreking)
info breach
zelfstandig naamwoord
;
info breaking
zelfstandig naamwoord
info rompo
zelfstandig naamwoord
info breken
werkwoord
info refract
werkwoord
info refraktiĝi
werkwoord
NederlandsEngels
aanbrekenbreak; break into; broach; come; cut into; dawn; fall; open
bij het aanbreken van de dagat dawn; at daybreak
bij het aanbreken van de nachtat nightfall
brekenbreak; break up; breakage; burst; crack; craze; cushion; fracture; knap; part; pry; refract; rupture; sever; smash; smash up
Woordenlijst
<< >