Nederlands–Zweeds woordenboek

Zweedse vertaling van het Nederlandse woord treffen

Nederlands → Zweeds
  
NederlandsZweeds (indirect vertaald)Esperanto
(ontmoeten)
möta
(gevecht; kamp; slag)
batalj
;
kamp
;
slag
;
slagsmål
;
strid
🔗 In het verleden heeft dit treffen al eenenveertig maal plaatsgehad.
(boffen; geluk hebben)
ha tur
esti bonŝanca
🔗 Ik tref het!
(vinden)
finna
;
hitta
;
upphitta
(te boven gaan; uitblinken; uitmunten; voorbijstreven; overstijgen; de loef afsteken)
överstiga
;
överträffa
🔗 Lieve help, u zult straks meneer Bilbo nog overtreffen.