Nederlands–Zweeds woordenboek

Zweedse vertaling van het Nederlandse woord geven

Nederlands → Zweeds
  
NederlandsZweeds (indirect vertaald)Esperanto
ge
;
giva
🔗 Gij gaaft het al.
(houden van)
tycka om
;
uppskatta
🔗 Ik wist niet dat jij om poëzie gaf.
(aanduiden; aanwijzen; wijzen; beduiden; wijzen op)
utpeka
🔗 Sandy keek in de aangegeven richting.
(verklaren; afkondigen; uitspreken)
betyga
;
förklara
🔗 U heeft namelijk aangegeven dat u zich toen niet meer beschikbaar stelde.
(in bewaring geven)
deponera
🔗 Als er geld in die koffer zit, wat ik erg betwijfel, geeft hij hem niet af in het bagedepot.
(schenker)
givare
🔗 Heer Bommel nam het geschenk aan en bedankte de gever een beetje verbaasd.
(bezwijken)
cedere
(braken; kotsen; spugen; vomeren)
kräkas
;
spy
🔗 Neem me niet kwalijk als ik moet overgeven.
medge
bifoga
(bekennen; erkennen)
bekänna
🔗 U geeft dus toe dat u geweld hebt gebruikt!
(begenadigen)
benåda
;
förlåta
🔗 Ik zal ’t mezelf nooit vergeven.
(doen alsof; voorwenden)
låtsas som om
ŝajnigi
(genereus; gul; kwistig; royaal; scheutig)
givmild
🔗 Salt Lake City is de vrijgevigste stad van Amerika.