Nederlands–Spaans woordenboek

Spaanse vertaling van het Nederlandse woord wassen

Nederlands → Spaans
  
NederlandsSpaans (indirect vertaald)Esperanto
pintar al aguada
;
pintar al lavado
lavumi
lavar
lesivi
(uitwassen; ómspoelen; afwassen)
lavar
🔗 Ze wastte haar lange, donkere haar.
(opgaan; rijzen; stijgen; oprijzen; opstijgen; zich verheffen; de hoogte in gaan)
(mengen; mêleren)
mezclar
lavarse
🔗 Wilt u zich wassen?
(wassen; uitwassen; ómspoelen)
lavar
🔗 Hou er rekening mee dat ik al deze borden nog moet afwassen en dat ik voor twaalf uur gekleed moet zijn.
(wassen; ómspoelen; afwassen)
lavar
🔗 Was de rubber onder de kraan uit.
(groot; volgroeid)
adulto
🔗 Zijn slachtoffer was toen een volwassen vrouw.
lavadero
🔗 Nog geen drie minuten later stond hij op de parkeerplaats van de wasserij.