Nederlands–Spaans woordenboek

Spaanse vertaling van het Nederlandse woord vrij

Nederlands → Spaans
  
NederlandsSpaans (indirect vertaald)Esperanto
(gratis; kosteloos)
gratuito
(los; op vrije voeten)
libre
🔗 Een 58‐jarige vrouw uit Langenboom, die wordt verdacht van mishandeling van een aantal pleegkinderen, is weer vrij.
(vrij)
libre
🔗 In de toekomst zal ik Ulsenn als een onverantwoordelijke dwaas behandelen, maar hij kan op vrije voeten blijven zolang hij ons niet in gevaar brengt.
(afhelpen; loslaten; verlossen; vrijmaken)
libertar
;
poner en libertad
🔗 Ik moet hem bevrijden en dan moeten we hier zo vlug mogelijk vandaan!
(onvruchtbaar; steriel)
estéril
vrijdenker
librepensador
(het hof maken; verkering hebben)
cortejar
;
galantear
(genereus; gul; kwistig; royaal; scheutig)
generoso
🔗 Salt Lake City is de vrijgevigste stad van Amerika.
soltero
🔗 „Natuurlijk,” zei hij, „anders was ik geen vrijgezel.”
(heenkomen; schuilplaats; toeverlaat; toevlucht; toevluchtsoord)
refugio
🔗 Doebai is niet langer een vrijhaven voor Nederlandse criminelen sinds het uitleveringsverdrag tussen Nederland en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) vorig jaar in werking is getreden.
(onthalen; trakteren; vergasten)
agasajar
;
obsequiar
;
tratar bien
(afkopen; loskopen)
redimir
🔗 Hij zou zijn geld moeten besteden aan het vrijkopen van krijgsgevangen in plaats van aan hoeren en snoeren!
(bevrijden; loslaten; verlossen)
libertar
;
poner en libertad
🔗 Dus, meisje, Barbayat weet hoe de ziel kan worden vrijgemaakt van het lichaam.
vrijplaats
(asiel; toevluchtsoord)
asilo
;
refugio
vrijstaat
(republiek)
república
(liberaal)
liberal
🔗 Wat een triomf zou het zijn voor de vrijzinnige filosofie als ik in mijn opzet zou slagen.