Nederlands–Frans woordenboek

Franse vertaling van het Nederlandse woord stuk

Nederlands → Frans
  
NederlandsFrans (indirect vertaald)Esperanto
beauté
;
(akte; document; papier; schriftuur; oorkonde)
🔗 Morgen kom ik zelf met de nodige stukken ter ondertekening.
(toneelstuk)
pièce de théâtre
🔗 Zijn gezicht was zo kalm alsof hij in de schouwburg naar een stuk keek waarvan hij verloop en ontknoping al kende.
(deel; gedeelte; onderdeel; part)
contingent
;
part
; ;
portion
🔗 Conan liep op het in elkaar gevallen stuk toe, deed een paar passen achteruit en stormde toen naar voren.
(bonk; brok; eindje)
fragment
; ;
pan
;
🔗 Zoals u wel begrijpen zult, moest ik daarbij wat rotsblokken en stukken boomstronk verwijderen die me in de weg stonden.
aan één stuk door
de suite
;
successivement
een stuk of
(circa; ongeveer; plusminus; zowat; grofweg; zo’n; omtrent)
;
à peu près
;
aux bords de
op geen stukken na
(lang niet)
ne … nullement
;
pas du tout
voet bij stuk houden
persister
;
perséverer
retable
(erfenis; erfgoed)
héritage
🔗 Het zijn erfstukken.
habit
🔗 Verwijder dan deze kledingstukken.
(toer)
acrobatie
;
tour de force
(dogma; leerstelling)
dogme
(meubel)
meuble
🔗 Een bed is niet zomaar een meubelstuk.
milieu
(sproeier)
ajutage
;
gicleur
correspondance
;
courrier
🔗 Hij kreeg er trouwens de tijd niet voor, want er kwam een bode binnen, die enige poststukken droeg.
(staaltje; proef; specimen)
spécimen
(rib)
côtelette
dossier
;
dossier de siège
staartstuk
(achterste)
derrière
(breken; dóórbreken; verbreken)
briser
;
rompre
;
violer
;
(kapotgaan)
s’abîmer
(snipper)
(kapotmaken);
détériorer
(stuk)
pièce de théâtre
🔗 En ik heb gehoord dat er een toneelstuk van u in Londen wordt vertoond, meneer.
(opgave; probleem)
problème
🔗 Ja, dat was een moeilijk vraagstuk.