| Nederlands | Esperanto |
|---|
| |
| |
🔗 Je kunt rustig „nee” zeggen.
|
| (spreken; vertellen) | |
|
| |
🔗 De brief zei niet wat de naam van de dubbelspion was.
|
| |
🔗 Dat heb je goed gezegd.
|
| |
🔗 De logica zegt ons dat deze kwestie oplosbaar is.
|
| |
🔗 Roep nu mijn knecht Bekir en zeg hem wat hij doen moet.
|
| |
|
| |
| propradire |
🔗 Ook stuurt Musk naar eigen zeggen meer ontvangers naar het door Rusland binnengevallen land.
|
om zo te zeggen (bij wijze van spreken) | |
| (zacht gezegd) | |
| () |
| (mededelen; verwittigen; bekendmaken) | |
🔗 Hij leek meer op een jongen wie is aangezegd dat hij de volgende ochtend gefusilleerd zal worden.
|
| (afgelasten; annuleren; opzeggen; afblazen) | |
🔗 De Europese Commissie heeft een afspraak met Argentijnse ambtenaren afgezegd.
|
| (uitlating) | |
🔗 Dit gezegde is waarschijnlijk in de tijd van de Romeinen ontstaan.
|
| (spreekwijze; zegswijze) | |
| (predikaat) | |
| dirito |
🔗 Op de terugweg bleef Satterthwaite over dat laatste gezegde piekeren.
|
| (herhalen; repeteren) | |
| (herhalen) | |
| |
🔗 Bond maakte een nietszeggende opmerking.
|
| nedirita |
🔗 Ga ons liever voor naar de plaats van samenkomst dan dingen te zeggen die beter ongezegd kunnen blijven.
|
| abjudiki |
| (onnoemelijk; onuitsprekelijk) | |
🔗 Eindelijk gelukte het dan toch, maar eerst na twee uur ploeteren stonden we, druipnat en bedekt met onzegbare viezigheid, weer aan dek.
|
| (neef) | |
| (reciteren; voordragen) | reciti |
🔗 Hij sprak snel, alsof hij een lesje opzei dat hij uit het hoofd kende—en dat was ook zo.
|
| |
🔗 Sommige abonnees zegden dan ook het blad op.
|
| |
🔗 En toen heeft ze het huis verkocht en wij werden allemaal opgezegd en toen is ze naar het buitenland gegaan, naar Egypte.
|
| maldungiĝi |
🔗 Maar zij was altijd degene die opzei, ziet u.
|
| (afgelasten; afzeggen) | |
🔗 Tom was boos en zeide onverwijld zijn lidmaatschap op.
|
| (rondbrieven; uitstrooien) | |
| |
🔗 Bij kabinetsleden ontstond daardoor het gevoel dat Wilders vond dat hij zelf alles tegen iedereen kon zeggen, maar dat hij er niet tegen kon als er iets werd teruggezegd.
|
| (beloven; uitloven) | |
🔗 Tijdens gesprekken in de Russische badplaats Soči zegde president Putin zijn Witrussische collega een lening van 1,5 miljard dollar toe.
|
| (betekenisvol; veelbetekenend) | () |
| (veelbetekenend; betekenisvol) | signifoplene (signife ) |
🔗 Hercule Poirot schudde veelzeggend zijn wijsvinger.
|
| (beloven; toezeggen; uitloven) | |
| |
| (beduiden; voorspéllen; voorzéggen; waarzeggen; profeteren) | ( profeti ) |
🔗 Maar wat hij zal zien, kan zelfs de wijste niet vooruitzeggen.
|
| (voorspéllen; profeteren) | ( profeti ) |
| (influisteren; souffleren) | suflori |
| (beduiden; voorspéllen; voorzéggen; profeteren; vooruitzeggen) | ( profeti ) |
| |
🔗 Zij hadden geen zeggenschap in de zaak.
|