| Nederlands | Esperanto |
|---|
| (lang) | () |
🔗 Isaac beloofde het kreunend en aanvaardde zijn tocht, begeleid door twee rijzige bendeleden, die zowel gids als bewaker waren.
|
| (groot; lang) | |
🔗 Dit is Tarascus, een jongere broer van de koning van Nemedië en deze rijzige man is Valerius, rechtmatig erfgenaam van de troon van Aquilonië.
|
| fermentŝveli |
| (opgaan; opstijgen; omhooggaan) | |
| (zwellen; opzwellen) | |
| (opgaan; stijgen; wassen; oprijzen; opstijgen; zich verheffen; de hoogte in gaan) | |
| (stijgen) | |
🔗 Hij wees op de gestalte van burgemeester Dickerdack, die gebogen naderde in het licht van de rijzende zon.
|
| (opkomen; verrijzen; zich verheffen) | |
🔗 Met deze woorden rees hij uit zijn stoel en stormde de kamer uit, de deur krachtig achter zich dichtgooiend.
|
| (oprijzen; opstaan) | |
|