Nederlands–Duits woordenboek

Duitse vertaling van het Nederlandse woord zin

Nederlands → Duits
  
NederlandsDuits (indirect vertaald)Esperanto
(neiging; lust; geneigdheid);
Neigung
;
Hang
;
Vorliebe
;
Zuneigung
(volzin)
Redensart
;
🔗 Hij beëindigde de zin niet.
(bedoeling; strekking);
Vorhaben
;
Vorsatz
; ; ;
(zintuig)
(lust; meug)
Begehr
; ;
🔗 Geef de mensen hun zin.
(volzin);
Satzgefüge
(betekenis)
(betekenis; strekking)
Bezeichnung
; ;
Bedeutung
🔗 De politiechef trachtte de zin van deze woorden te begrijpen, maar voordat hem dit gelukt was, trad heer Ollie op het monster toe en kruiste de armen.
;
🔗 Denk je dat het zin heeft om te graven?
(van plan zijn; voorhebben; beogen)
beabsichtigen
;
die Absicht haben
;
vorhaben
;
im Sinn haben
;
🔗 Jouw opmerkingen verraden me slechts wat je zelf in de zin had.
(van plan zijn; voorhebben; voornemens zijn; zich voorstellen; beogen; in de zin hebben)
beabsichtigen
;
die Absicht haben
;
vorhaben
;
im Sinn haben
;
🔗 Ik was geen groot kwaad van zins!
allweg
;
auf jede Weise
;
in jeder Weise
ĉiel
(anders; op een andere manier)
auf andere Art
;
auf andere Weise
;
alimaniere
🔗 Tomaten lijden aan allerlei nare ziekten die niet te genezen zijn, biologisch of anderszins.
;
zweideutig
;
doppelsinnig
;
vieldeutig
dusenca
(fijngevoelig; kies; teergevoelig)
zartfühlend
;
feinfühlig
;
empfindlich
;
taktvoll
(saamhorigheid; solidariteit)
🔗 Zoveel gemeenschapszin kenden deze lieden evenwel niet.
(stelling; zin; volzin);
Satzgefüge
(kunstzinnigheid)
künstlerische Vollendung
;
künstlerisches Gefühl
Kunstsinn
(orthodox)
orthodox
;
rechtgläubig
;
strenggläubig
erwägen
;
nachsinnen
;
behagen
;
belieben
;
🔗 Dat zint me helemaal niet.
bedenken
;
sich überlegen
; ; ;
(reukvermogen)
(schrander; snugger; spits)
spitzfindig
🔗 Maar een scherpzinnig intellect bezit jij niet.
speurzin
Forschungstrieb
;
unintelligent
🔗 Iets stompzinnigers om je over op te winden, was er niet.
stompzinnig
blödsinnig
;
stumpfsinnig
malsprita
tussenzin
(parenthese)
Parenthese
(gek; waanzinnig)
🔗 De menigte ging uitzinnig te keer.
(dol; dolzinnig; gek; krankzinnig; waanzinnig)
irre
;
toll
; ;
wahnsinnig
;
irrsinnig
;
von Sinnen
🔗 Doch alleen de echo’s antwoordden hem op akelige wijze, zodat de beide zakenlieden in uitzinnige woede ontstaken.
(zin)
Redensart
;
🔗 Ik begreep er ook niet alle volzinnen van.
(zin);
Satzgefüge
(liberaal)
freisinnig
;
liberal
🔗 Wat een triomf zou het zijn voor de vrijzinnige filosofie als ik in mijn opzet zou slagen.
Wahnsinn
; ;
🔗 Hij overwon een zekere weerzin, greep het beet en draaide het op zijn rug.
(zinledig)
widersinnig
(doelloos)
ziellos
;
zwecklos
(nutteloos)
vergebens
;
vergeblich
🔗 Die hebben al lang ingezien dat schieten zinloos is en sparen hun munitie.
anspielen
;
anspielen auf
;
versteckt hinweisen
;
🔗 Gisteren was ze nog hier en ze heeft er geen ogenblik op gezinspeeld!