Nederlands–Duits woordenboek

Duitse vertaling van het Nederlandse woord vraag

Nederlands → Duits
  
NederlandsDuits (indirect vertaald)Esperanto
;
🔗 Op beide vragen moet ik bevestigend antwoorden.
(aanvraag; aanzoek; verzoek)
Ansuchen
; ;
Ersuchen
;
Gesuch
eine Frage stellen
;
eine Frage aufwerfen
🔗 Hij begon vragen te stellen.
;
Bestellung
(aanzoek; verzoek; vraag)
Ansuchen
; ;
Ersuchen
;
Gesuch
(gewetenszaak)
Gewissensfrage
Schuldfrage
strikvraag
Fangfrage
vraagbaak
(orakel)
Orakel
vraaggesprek
(interview)
Interview
vraagpunt
(opgave; probleem; vraagstuk; moeilijkheid; zwarigheid)
vraagsteller
(vrager)
Fragesteller
(opgave; probleem)
🔗 Ja, dat was een moeilijk vraagstuk.
Fragezeichen
🔗 Schrijf een programma dat regels leest, afgesloten met een regel die alleen een vraagteken bevat.
🔗 Karel, mag ik jou iets vragen?
(vragen naar)
fragen nach
(inviteren; noden; uitnodigen); ; ;
anregen
;
veranlassen
(verzoeken; vragen om);
ersuchen
🔗 Waarom vraag je geen hulp?