Nederlands–Duits woordenboek

Duitse vertaling van het Nederlandse woord van

Nederlands → Duits
  
NederlandsDuits (indirect vertaald)Esperanto
(aan; door; vandaan);
von … her
; ; ;
🔗 Waar zijn de schoenen van de jongens?
(uit; op; vanuit);
aus … heraus
;
aus … hervor
;
🔗 De treden waren van marmer.
van
Familienname
;
Nachname
(aan; met; over; in; naar; voor; op)
betreffend
; ; ; ; ; ; ; ; ; ;
🔗 Ze zijn zwak van verstand.
(door; uit; vanwege; voor; wegens; met; om; aan);
halber
; ; ; ; ; ; ; ; ;
🔗 En zij schreeuwden van vrees.
(in; binnen; per; te; op; aan); ;
pro
; ;
🔗 En het zal nog wel kouder worden van de winter.
(vanaf)
🔗 En nu wachtte die hele mensenmenigte van de vroege morgen af.
(binnen);
inne
; ;
inwendig
🔗 Ik moet dat gebouw van binnen zien.
; ;
von dort
; ;
🔗 Wat zegt u daarvan dokter?
woraus
;
wovon
de kio
🔗 Waarvan heeft u geleefd in 2015?
worüber