| Nederlands | Afrikaans (indirect vertaald) | Esperanto |
|---|
| (aangeven; aanwijzen; uitduiden; wijzen; beduiden; wijzen op) | ; ; ; | |
| (aangeven; merken; kenmerken) | ; | |
🔗 Deze pilaar duidt de plek aan waar Durin voor het eerst in het Spiegelmeer heeft gekeken.
|
| (aangeven) | ; | |
🔗 Ze glimlachte en schudde haar hoofd om aan te duiden dat zij het ook niet begreep.
|
| (voorspéllen) | | |
| | |
| (aanduiden; aangeven; aanwijzen; wijzen; wijzen op) | ; ; ; | |
🔗 Hij beduidde haar naar binnen te gaan.
|
| (duidelijk maken) | | |
🔗 Hij ging bij de poort zitten en toen er een man naar buiten kwam, stond hij op, opende zijn mond en wees erop, om te beduiden dat hij honger had.
|
| (betekenen) | | |
🔗 Hij wist wat dit te beduiden had.
|
| (apert; evident; kennelijk; klaarblijkelijk; voor de hand liggend) | | |
🔗 Die ene weg is natuurlijk de weg waarop we rijden, dat is duidelijk.
|
| (helder) | | |
🔗 De prijzen staan duidelijk vermeld.
|
| | |
| (vierkant) | | |
🔗 Kun je je duidelijker uitdrukken?
|
| (helder; uitgesproken) | | |
🔗 Dat onderscheid is mij inmiddels duidelijk gemaakt.
|
| (helder; klaar) | | |
| (aanduiden; aanwijzen; wijzen; wijzen op) | ; ; ; | |