| Nederlands | Afrikaans (indirect vertaald) | Esperanto |
|---|
| (apert; evident; kennelijk; klaarblijkelijk; voor de hand liggend) | | |
🔗 Die ene weg is natuurlijk de weg waarop we rijden, dat is duidelijk.
|
| (helder) | | |
🔗 De prijzen staan duidelijk vermeld.
|
| | |
| (vierkant) | | |
🔗 Kun je je duidelijker uitdrukken?
|
| (helder; uitgesproken) | | |
🔗 Dat onderscheid is mij inmiddels duidelijk gemaakt.
|
| (helder; klaar) | | |
| (beduiden; verhelderen; verklaren; ophelderen; toelichten) | | |
🔗 Ze maakte me duidelijk dat ze overdag altijd alleen is.
|
| | |
🔗 Het was overduidelijk dat hij dood was.
|