| Nederlands | Afrikaans (onregstreeks vertaal) | Esperanto |
|---|
| (praten) | ; | |
🔗 Maar ik kon niet spreken.
|
| (praten) | | |
🔗 De burgemeester wil je spreken.
|
| (praten) | ; | |
🔗 Op een winterse dag met Regin over zijn toekomst sprekend, vroeg Sigurd: „Welke daden worden van mij verwacht?”
|
| (zeggen) | ; | |
🔗 „Ge gaat te ver”, sprak de markies.
|
| (natuurlijk) | | |
| (aanklampen; toespreken) | ; | |
🔗 Als ik die vrouw daar aanspreek, vindt ze mij een vieze ouwe man.
|
| (aanbreken) | ; | |
🔗 En zullen we daarbij dan een goede maar niet te dure fles wijn aanspreken?
|
| (behandelen; bepraten; discussiëren) | | |
🔗 Dit is niet besproken geworden.
|
| (boeken; reserveren) | | |
| (bluffen; opscheppen; pochen; snoeven; snorken; stoffen; ophakken; opsnijden) | | |
| | |
🔗 Hij opende de deur van een eenvoudige spreekkamer en wees zijn gast een stoel.
|
| | |
🔗 De spreker vervolgde zijn toespraak.
|
| (aanspreken) | ; | |
🔗 De omroeper begon de menigte toe te spreken.
|
| (aangeven; verklaren) | ; | |
🔗 Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft uitgesproken dat de leus „From the river to the sea, Palestine will be free” een oproep tot geweld is.
|
| | |