Nederlands–Afrikaanse woordeboek

Afrikaanse vertaling van die Nederlandse woord geven

Nederlands → Afrikaans
  
NederlandsAfrikaans (onregstreeks vertaal)Esperanto
🔗 Gij gaaft het al.
🔗 Hoeveel geef je voor deze jas?
(opleveren)
🔗 Het gras op de weide verdorde en de koe gaf geen melk.
(uitbrengen; verlenen);
🔗 Geef me vijf minuten.
(bieden; opbrengen)
🔗 De hemel geve dat het zo is.
🔗 Hadden ze hem de taak gegeven ons te vertellen wanneer we zouden vertrekken?
(toebrengen)
🔗 Waar kan ik een feest geven?
🔗 De meeste prikken kunnen de eerste 2 dagen koorts geven.
(houden van);
🔗 Ik wist niet dat jij om poëzie gaf.
(aanbrengen; aangifte doen van); ;
🔗 We moeten de diefstal aangeven.
(aanduiden; aanwijzen; wijzen; beduiden; wijzen op); ; ;
🔗 Sandy keek in de aangegeven richting.
(verklaren; afkondigen; uitspreken);
🔗 U heeft namelijk aangegeven dat u zich toen niet meer beschikbaar stelde.
(aanduiden; merken; kenmerken);
🔗 Een grote donkere plek op de kaart gaf de plaats aan waar de gravers een beerput hadden aangetroffen.
🔗 Ik heb mijn inkomsten niet aangegeven en wil het goedmaken.
(aanreiken; overhandigen; ter hand stellen)
🔗 Wil je mij even de hamer aangeven?
(aanduiden);
🔗 In grote steden zie je vaak parkeergarages of parkeerplaatsen aangegeven met een bord met de letter P erop.
delasi farbon
tinkturmakuli
(in bewaring geven)
🔗 Als er geld in die koffer zit, wat ik erg betwijfel, geeft hij hem niet af in het bagedepot.
(aanreiken; afdragen; overbrengen; overgeven; toereiken; overreiken; overdragen); ;
🔗 Dit is het pakje dat hij zou afgeven.
🔗 Het KNMI heeft een waarschuwing afgegeven vanwege dichte mist die in bijna het hele land voorkomt.
(aanreiken; overbrengen; overgeven; overreiken; overdragen); ;
🔗 „Wat doe je in Engeland?” vroeg Biggles, terwijl hij Sandy de menukaart doorgaf.
(bezwijken)
(toedichten; toeschrijven)
🔗 Ik moet ze hun prestaties nageven.
(boodschap; opdracht)
(afstand doen van; afzien van)
🔗 Amro gaf zijn pogingen om in slaap te vallen op.
(ophouden met)
🔗 Omdat ik het al zo dikwijls opgegeven heb.
(vertellen);
🔗 Ze gaven hun namen op.
(aanreiken; afdragen; overbrengen; overreiken; doorgeven; overdragen; afgeven); ;
🔗 U moet mij of vrijlaten, of aan de politie overgeven, zo staat het in de wet.
(braken; kotsen; spugen; vomeren)
🔗 Neem me niet kwalijk als ik moet overgeven.
;
(bekennen; erkennen);
🔗 U geeft dus toe dat u geweld hebt gebruikt!
(besteden; spenderen; verteren);
🔗 We geven te veel aan eten uit!
(uitbrengen)
(genereus; gul; kwistig; royaal; scheutig); ;
🔗 Salt Lake City is de vrijgevigste stad van Amerika.