Niederländisch–Deutsches Wörterbuch

Deutsche Übersetzung des niederländischen Wortes werkweek

Niederländisch → Deutsch
  
NiederländischDeutsch (indirekt übersetzt)Esperanto
(mals; zacht)
weich
🔗 Of ben ik toch te week geweest?
🔗 Maar dat kon je niet elke week volhouden.
🔗 Een week na dit gesprek werd hij werkelijk ziek.
(uitwerking hebben);
einwirken
;
erwirken
;
wirksam sein
;
Wirkung ausüben
;
🔗 Maar het werkte wel.
(gisten);
in Gärung sein
(arbeiden)
🔗 Er wordt hard en lang gewerkt.
🔗 Waar werk je?
(functioneren)
funktionieren
🔗 Maar de zagerij werkt nog!
bereiten
;
verrichten
;
erledigen
; ;
begehen
; ;
erzeugen
;
hervorbringen
;
erschaffen
;
unterbreiten
;
bewirken
; ;
🔗 Hij vroeg zich af of hij soms op de ruïnes van de beschaving keek die deze vreemde mensen gewrocht hadden te midden van de woeste omgeving van hun vreemde, wilde verblijfplaats.

Das Wort werkweek konnte von uns nicht in die selektierte Zielsprache übersetzt werden.