Niederländisch–Deutsches Wörterbuch

Deutsche Übersetzung des niederländischen Wortes weggaan

Niederländisch → Deutsch
  
NiederländischDeutsch (indirekt übersetzt)Esperanto
(opstappen)
losgehen
; ;
loslaufen
;
losfahren
; ;
ins Rollen kommen
(afgaan; vertrekken; zich verwijderen; heengaan; ophoepelen; opstappen; ervandoor gaan); ;
heimgehen
;
verscheiden
;
🔗 Om vier uur gaan we weg.
(gang; loop; verloop)
Gehen
🔗 Het gaan werd moeilijker.
<futura helpverbo>
🔗 Wat gaan we doen, chef?
;
sich begeben
;
funktionieren
; ;
Erfolg haben
;
klappen
🔗 Ik ging door de steeg aan den achterkant en klom over den muur, zodat ik op het terrein van het kasteel terecht kwam.
(overgaan); ; ;
tönen
;
🔗 Opnieuw ging de gong.
(rijden)
🔗 Op die manier gaat het niet.
(begaan)
besteigen
; ;
beschreiten
🔗 Maar om de rechtsstaat te herstellen en de overige EU‐miljarden te krijgen zal Polen onder Tusk een lange weg te gaan hebben.