Nederländsk–svensk ordbok

Svenska översättning av det nederländska ordet vinden

nederländska → svenska
  
nederländskasvenska
(achten; geloven; van mening zijn; menen)
anse
;
tycka
🔗 Hij vindt zichzelf de beste jager van de stam.
(aantreffen)
finna
;
hitta
;
upphitta
🔗 Ik kon de foto niet vinden.
(omkomen; óndergaan; vergaan; verongelukken; te gronde gaan; eraan gaan; sneven; het leven laten; het leven verliezen; ten onder gaan)
förgås
🔗 Bij eerdere overstromingen in Ligurië en Toscane vonden negen mensen de dood.
(beleven; doormaken; ervaren; meemaken)
uppleva
🔗 U zult dit alles ondervinden, maar er mag niet naar worden gezocht.
(gebeuren; geschieden; plaatsgrijpen; omgaan; zich afspelen; plaatshebben; zich voltrekken)
hända
;
inträffa
;
passera
🔗 Wanneer en waar heeft dit plaatsgevonden?
(uitvinding; ontdekking)
uppfinning
🔗 Maar helaas ontbreken mij de middelen om mijn vinding vorm te geven en daarom ben ik op zoek naar een geldschieter.