Dictionnaire néerlandais–français

Traduction française du mot néerlandais werkweek

néerlandais → français
  
néerlandaisfrançais (traduit indirectement)espéranto
(mals; zacht);
mœlleux
;
tendre
🔗 Of ben ik toch te week geweest?
🔗 Maar dat kon je niet elke week volhouden.
(uitwerking hebben)
agir
;
opérer
;
être efficace
🔗 Maar het werkte wel.
(arbeiden)
🔗 Er wordt hard en lang gewerkt.
🔗 Waar werk je?
construire
;
fabriquer
; ;
opérer
;
poser
🔗 Hij vroeg zich af of hij soms op de ruïnes van de beschaving keek die deze vreemde mensen gewrocht hadden te midden van de woeste omgeving van hun vreemde, wilde verblijfplaats.

Le mot werkweek n’a pu être traduit par nous dans la langue demandée.